A A A
Franciscaanse Beweging
Van der Does de Willeboissingel 11
5211 CA 's-Hertogenbosch
(073) 613 13 40
info@franciscaansebeweging.nl
Van der Does de Willeboissingel 11
5211 CA 's-Hertogenbosch
(073) 613 13 40
info@franciscaansebeweging.nl
De orde van de arme vrouwen
De tweede orde
Het begin van de orde van de Arme Vrouwen
In 1212 kiest Clara definitief voor het volgen van de leefwijze van Franciscus. Kort daarna volgt Catharina, haar zuster. Ze krijgt de naam Agnes. Ze gaan bij het kerkje van San Damiano wonen. Hierna sluiten zich meer vrouwen aan. Het is het begin van de orde van de Arme Vrouwen.
De eerste regels
Franciscus geeft de eerste jaren zelf leiding aan de Arme Vrouwen van San Damiano. Hij geeft ze een korte regel, een ‘formula vivendi’. De tekst hiervan is niet bewaard gebleven, maar ook deze regel zal net als die voor de broeders voornamelijk teksten uit het evangelie hebben bevat. In 1215 draagt Franciscus de leiding over aan Clara en stelt haar als abdis aan. Clara noemt zichzelf dienares van Christus en de arme vrouwen.
Clara en haar volgelingen werken ook buiten het klooster aan activiteiten op het gebied van liefdadigheid. Ze leven van hun eigen werk en van de aalmoezen die door de broeders worden verzameld. Wel ligt de nadruk bij de tweede orde vanaf het begin meer op een beschouwend leven.
Voor Clara is de band met de broeders van groot belang. Geestelijke assistentie zou altijd door minderbroeders moeten worden verleend. Clara noemt dit uitdrukkelijk in haar regel van 1253.
In 1218-1219 maakt kardinaal Hugolinus een Regel voor Clara. Deze Regel is gedeeltelijk gebaseerd op die van de Benedictijnen, maar Hugolinus heeft ook diverse gebruiken van Clara en haar zusters opgenomen, onder andere op het gebied van vasten.
Hugolinus probeerde Clara steeds weer te overtuigen dat enig bezit beter zou zijn voor de zusters. Vooral nadat hij in 1227 paus (Gregorius IX) is geworden dringt hij hierop aan. Clara wil hier niet op ingaan. Zij verzoekt hem om toestemming om altijd zonder bezit te mogen leven. Gregorius schenkt Clara het zogenaamde ‘Privilegium Paupertatis’ (Privilege van de Armoede) in 1228. Niemand mag Clara en haar zusters ooit dwingen bezit te accepteren.
De regel van 1247
Clara moet haar hele leven lang opkomen om in armoede te kunnen leven. Vooral na de dood van Franciscus wordt ze een van de belangrijke verdedigers van de oorspronkelijke idealen van Franciscus. Clara leidt zelf een zeer ascetisch en sober leven, maar steeds zijn er pogingen om de omstandigheden voor de zusters te verzachten. In 1247 probeert paus Innocentius IV Clara te overtuigen dat enig bezit toch noodzakelijk is. In deze tijd wordt het moeilijker voor de broeders om ook nog aalmoezen voor de zusters op te halen. De broeders ervaren de steun die zij aan de zusters moeten geven steeds meer als een last en proberen hier ook van vrijgesteld te worden. De regel die Innocentius hiervoor heeft opgesteld heeft weinig succes en wordt al een paar jaar daarna niet meer gebruikt.
De regel van Clara (1253)
Clara accepteert de aangepaste regel van 1247 niet en begint zelf een regel te schrijven. De regel van Clara is grotendeels gebaseerd op de regel van de broeders met enkele aanvullingen voor het beschouwende leven van de zusters. Het is vooral een aansporing tot het volgen van het ideaal van Franciscus. In de regel van Clara is het stricte verbod van bezit en inkomsten opgenomen en wordt uitgegaan van een nauwe band met de minderbroeders. Clara blijft letterlijk tot het laatste moment ‘vechten’ voor goedkeuring van haar regel. Ze mag het nog net meemaken, want de regel van Clara wordt op 9 augustus 1253, twee dagen voor haar dood, goedgekeurd door paus Innocentius IV.
Na de dood van Clara
De keuze voor een regel
Al tijdens het leven van Clara ontstaan er vele kloosters van de tweede orde. Ieder klooster is in navolging van Clara en het voorbeeld van San Damiano gesticht, maar staat op zichzelf. De regel van 1253 is in principe alleen voor het klooster van San Damiano bestemd. Een aantal kloosters accepteert deze regel ook. Een gedeelte van de kloosters blijft volgens de regel van Hugolinus leven
De regel van paus Urbanus IV (1263)
In 1263 stelt paus Urbanus IV een nieuwe regel op. In deze regel wordt de band met de minderbroeders grotendeels verbroken en bezit is toegestaan. Voor de broeders is de geestelijke bijstand aan de zusters een liefdedienst, niet meer een plicht. De oversten van de eerste orde mogen hier zelf over beslissen. De orde krijgt één naam, de Orde van de heilige Clara. Toch blijven er ook nu twee richtingen binnen de orde bestaan; de ene groep die de regel van Clara en de andere groep die de regel van Urbanus volgt.
De orde blijft ook hierna snel groeien. Er worden vaak meer vrouwen aangenomen in een klooster dan kan. Veel vrouwen zijn van rijke afkomst en nemen bezit en vaste inkomsten mee. Er zijn zelfs zusters met eigen personeel. Dit zijn allemaal zaken die door Clara uitdrukkelijk zijn verboden.
De hervormingsbewegingen van de 15e eeuw
De Coletinen
De 15e eeuw wordt gezien als een eeuw van herleving van de tweede orde. Er zijn veel vrouwen die ijveren voor het herstel van de oorspronkelijke situatie in San Damiano en er ontstaan ook steeds weer hervormingsbewegingen.
Eén daarvan is de hervormingsbeweging van de Coletinen, genoemd naar Coleta van Corbie. Coleta is in 1381 in Corbie geboren. Na de dood van haar ouders in 1398 verkoopt ze al haar bezittingen en gaat bij de Begijnen wonen. Na enkele veranderingen (ze was onder andere benedictines en recluse) vraagt zij in 1406 toestemming aan de paus om een klooster van Clarissen te mogen stichten. Ze beweert een visioen te hebben gehad waarin Franciscus met haar over de toestand in de orde heeft gesproken. Coleta besluit daarna haar leven te wijden aan de hervorming van de orde. Coleta maakt diepe indruk op paus Benedictus XIII en zij krijgt toestemming om kloosters te stichten. Door de steun, die zij van de paus en andere invloedrijke en adellijke personen ontvangt, kan zij al snel uitbreiden. In dertig jaar sticht ze ruim 20 kloosters. Coleta sterft in 1447 in Gent.
In de door Coleta gestichte kloosters worden naast de regel van Clara ook de constituties, geschreven door Coleta, gehanteerd. Coleta baseert zich op de regel van Clara uit 1253. Ze wil de oorspronkelijke armoede van het klooster van San Damiano invoeren. Dat betekent: geen bezit of vaste inkomsten en het uitvoeren van eenvoudig werk voor het levensonderhoud. De kloosters zouden altijd onder leiding van de eerste orde moeten blijven. Ieder klooster moet kunnen beschikken over vier minderbroeders (twee priesters en twee leken). Door de sterke band tussen de eerste en tweede orde zijn de hervormingen van Coleta ook van invloed geweest op de eerste orde en ontstaat daar de groep Coletanen.
De Observantiebeweging
Ook onder invloed van de Observantiebeweging bij de eerste orde volgen er hervormingen bij de tweede orde. De invloed van de preken van Bernardinus van Siena en Johannes van Capistrano is daarbij groot. Er worden geen nieuwe regels gemaakt, maar wel wil de oorspronkelijke regels weer getrouw nakomen. De verschillen tussen de kloosters van de tweede orde zijn daardoor groot. Er zijn bijzonder rijke, maar ook zeer arme kloosters.
Ite et Vos (1517)
In 1517 (door de bul ‘Ite et Vos’) gaan de meeste Clarissenkloosters, inclusief de Coletinen, over naar de Observanten. De problemen zijn daarmee nog niet opgelost. Zo blijven de vragen over de leiding van de tweede orde door de eerste en ook de geregelde pogingen om het recht op bezit en inkomsten volgens de regel van Urbanus IV in te voeren, een voortdurende bron van spanningen.
De 16e – 18e eeuw
De Kapucinessen
In de 16e-17e eeuw vinden bij de Clarissen ook de splitsingen plaats zoals die bij de broeders. In 1538 krijgt het klooster van de Clarissen in Napels toestemming voor het volgen van de regel van Clara onder leiding van de Kapucijnen. Dit is het begin van de Clarissen-Kapucinessen. Bij de regel komen nog aanvullingen van de constituties van Coleta en van de Kapucijnen. De nadruk ligt op armoede, strengheid, volledige clausuur en veel aandacht voor het gebedsleven.
Er volgen snel meer kloosters van de Clarissen-Kapucinessen; ook buiten Italië.
De invloed van de Reformatie
In enkele landen van Europa waar de Reformatie van invloed is, daalt het aantal zusters van de tweede orde, maar in de katholieke landen en vooral in Zuid- en Midden-Amerika en Azië groeit de orde sterk in de 16e en 17e eeuw. Dit geldt voor alle verschillende hervormingsbewegingen die ook in deze periode talrijk zijn.
De 19e eeuw tot heden
De opheffing van de kloosters en herstel in de 19e eeuw
Eind 18e, begin 19e eeuw is een moeilijke tijd voor de kloosters. Dat begint in 1782 als de Oostenrijkse keizer Jozef II het bevel geeft om alle ‘nutteloze’ kloosters van de contemplatieve orden op te heffen. Dit geldt voor het grondgebied van Oostenrijk. Kort hierna volgt de Franse Revolutie. Alle kloosters worden opgeheven, eerst in Frankrijk, daarna ook in verschillende andere landen van Europa. Veel kloosters zijn sinds deze tijd definitief verdwenen, maar in de loop van de 19e eeuw volgt herstel van enkele oude kloosters. Zij volgen de regel van Clara. Wel is er in een aantal van deze kloosters dan meer ruimte voor een actief leven, onder andere in het onderwijs en de ziekenzorg.
De 20e eeuw tot heden
In de 20e eeuw vinden diverse veranderingen plaats bij de Clarissen. Op 21 december 1950 vaardigt paus Pius XII de apostolische constitutie ‘Sponsa Christi’ uit. Werk is een belangrijk element voor het levensonderhoud. Het contemplatieve leven en de clausuur blijven gehandhaafd, maar er wordt onderscheid gemaakt tussen het groot en klein slot. Vanuit het klein slot is het mogelijk om buiten het klooster te werken.
In 1953, het jaar van het zevende eeuwfeest van het overlijden van Clara, vindt een herbezinning plaats en een aantal kloosters neemt weer de oorspronkelijke Regel van Clara aan. Overtollige bezittingen worden verkocht. De zusters moeten in hun levensonderhoud voorzien door arbeid.
Na het tweede Vaticaans Concilie vindt verdere vernieuwing plaats. Er wordt dan steeds meer aandacht gegeven aan de spiritualiteit van Franciscus en Clara.
Zoals ook bij de eerste orde is op dit moment in de westerse wereld het aantal roepingen bij de Clarissen beperkt en is er sprake van vergrijzing in de kloosters. In andere werelddelen, zoals in Latijns-Amerika is wel sprake van een sterke groei van de orde.
Op dit moment is er nog een aantal kloosters van Clarissen in Nederland:
1. Clarissen met de regel van Clara in de kloosters Megen en Nijmegen.
2. Amerikaanse Clarissen-Coletinen in Eindhoven
3. Communiteiten van bejaarde zusters Clarissen, Clarissen-Kapucinessen en Clarissen-Coletinen in Wijchen en Someren.

