impression image impression image

‘Wandelen met Franciscus’, zo noemen we de wandelingen die door een franciscaanse werkgroep worden georganiseerd. De bezinnende wandelingen vinden plaats ongeveer zesmaal per jaar telkens op een andere plek in Nederland aan de hand van franciscaanse thema’s. In de afgelopen jaren hebben we op een aantal plekken gewandeld rond de strofes van het Zonnelied. Nu reizen door het land voor gezamenlijke franciscaanse wandelingen wordt afgeraden, hernemen we deze wandelingen. 

In het onderstaande geven we de strofes van het Zonnelied weer, is er achtergrondinformatie over het Zonnelied en is er per strofe een wandeling met route waarnaar doorgelinkt wordt. Bij iedere wandeling zijn foto’s te zien van de omgeving en voegen we een bezinningskaart toe zoals we deze gebruiken tijdens onze wandeling.

Degenen die niet fysiek wandelen kunnen op deze wijze mee wandelen en zich met ons verwonderen over de prachtige landschappen en vergezichten in de verschillende seizoenen.

impression image impression image

Over het Zonnelied

Het Zonnelied of de Lofzang van de Schepselen is zonder twijfel de meest bekende nagelaten tekst van Franciscus. Hij maakte dit lied toen hij ernstig ziek en nagenoeg blind in een hutje bij San Damiano lag. Zijn medebroeders merkten dat Franciscus veel troost vond als zij dit lied voor hem zongen. Waar de broeders en zusters ook gingen, dit lied namen ze met zich mee omdat het hun en alle mensen die ze ontmoetten troost bracht.

Alles wat Franciscus waarneemt, ziet hij als voortkomend uit de hand van de Schepper: de mens, de dieren, de bomen en planten, de natuurverschijnselen, de aarde en de aardse elementen (aarde, lucht en wind, water, vuur) en ook de dood ‘waaraan geen levend mens kan ontvluchten’. Heel de schepping is een creatie van de Scheppende en op grond daarvan ziet hij alle schepselen gelijkwaardig aan elkaar. Daarom spreekt hij alle schepselen aan als zijn broers en zussen.

Wie zo – als in dit lied – naar de aarde en naar de natuur, de schepping, het milieu kijkt, en wie zo wandelt met de elementen en strofen uit dit lied, gaat daar als vanzelf anders mee om. Dan leer je om betrokken te zijn op wat er om je heen gebeurt en leeft; dan voel je en zie je de kwetsbaarheid van het leven en leer je wel om in alle eenvoud je medeschepselen te bejegenen, te eren en hoog te houden. Dan groeit bewondering en verwondering en eerbied voor de wereld om je heen. Dan kan werkelijk vrede tot stand komen en daarmee, de wereld zoals God die – in de ogen van Franciscus – bedoeld heeft.

impression image impression image

De opbouw van het Zonnelied

De ‘hemelse elementen’ worden ons gepresenteerd in de vorm van zon, maan en sterren en de ‘aardse’ oerelementen: wind, water, vuur en aarde. Deze elementen worden telkens paarsgewijs als mannelijk en vrouwelijk benoemd. Daarna volgt ‘de mens’ met zijn doen en laten. Het lied sluit af met een herhaalde oproep om onze Schepper te loven.

Zijn laatste woord in dit lied is het woord ‘nederigheid’. Franciscus eigent zich niets toe, hij kijkt niet neer, maar hij hoogacht en bewondert.

Opvallend hierbij is wel dat Franciscus ervoor kiest om niets te zeggen over de verschrikking en de verwoesting die de elementen ook kunnen aanrichten, alsof hij wil duidelijk maken dat verschrikking en verwoesting (misschien allereerst in hemzelf) niet het laatste woord is wat je kunt zeggen in dit verband. Hij maakt de keuze om onze ‘aardsheid’ in dankbaarheid te aanvaarden en God daarvoor te loven en te prijzen.

De strofes van het Zonnelied en de wandelingen

impression image impression image

Allerhoogste, almachtige, goede Heer, van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe en geen mens is waardig U aan te spreken.
Wees geprezen, mijn Heer, door al uw schepselen vooral door mijnheer broeder zon die de dag is en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en straalt met grote pracht van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.

Franciscus noemt de zon het eerst; als een teken of symbool van de Allerhoogste.

Het is bekend dat er zonder zon geen leven mogelijk is. De zon geeft warmte, energie en groeikracht. Het nieuwe ochtendlicht is symbool voor een positieve kracht die we God noemen.

Kijk je direct in de zon, dan raak je verblind. De scheppende is niet kenbaar via zichzelf alleen via de schepselen waarvan de zon bij voorkeur het zinnebeeld is voor God. De zon gaat iedere morgen vanzelf weer op, maar zo gemakkelijk breekt het licht niet in ons door. Dat vraagt inzet en aandacht, oefening en geduld. Vaak laten we ons door het donker naar beneden trekken.

Klik hier voor de route en bezinningskaart bij deze strofe.

impression image impression image

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren. Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.

Franciscus schreef over ‘sora luna’. Luna is een vrouwelijk woord dit terwijl de maan in de oud-oosterse wereld, waarin de bijbel is ontstaan, de maan als mannelijk werd gezien.

Als Franciscus s ’avonds naar de hemel kijkt ervaart hij Gods lieflijke en troostende aanwezigheid.  

Wandelroute volgt.

impression image impression image

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde, door wie Gij uw schepselen leven geeft.

Franciscus is als een kind van de wind. Hij leerde te leven van de wind en stond open voor de ontmoeting met de Allerhoogste. Het is een openstaan voor een kracht die geen heilige huisjes duldt en alle scheidsmuren omver blaast. Want het is de adem van God die plant en die uitrukt, die bouwt en weer afbreekt (Jr. 45,4). Wie zich met zo’n sfeer verwant voelt, staat innerlijk open voor vernieuwingen.

Wandelroute volgt.

impression image impression image

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,
die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.

Franciscus gebruikt de vier klassieke elementen met een eigen volgorde. Hij verbindt het water met de wind en vuur met de aarde. Water heeft voor Franciscus niets dreigends, het water is voor hem dienend en zorgend aanwezig

Franciscus noemt het water ‘nuttig, nederig, kostbaar en kuis’. Broeder wind en vuur worden actief beschreven, water meer passief. Water is een belangrijke levensbron voor mens, dier en plant. Toen de eerste minderbroeders in Erfurt aankwamen, vroeg men hen welk klooster te bouwen voor hen. Omdat broeder Jordanus nooit een klooster van de orde had gezien zei hij: ‘Ik weet niet wat een klooster is. Laat ons alleen een huis aan het water bouwen. Dan kunnen wij daar onze voeten wassen’. Uit: Ze kwamen met blote voeten.

Klik hier voor de route en bezinningskaart bij deze strofe.

impression image impression image

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur door wie Gij voor ons de nacht verlicht;
en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.

Bij Franciscus is het vuur in positieve zin geformuleerd.  Hier gaat het om innerlijk gezuiverd en verlicht te zijn en door het vuur van de Heilige Geest ontstoken, de voetstappen van Jezus Christus te kunnen volgen. Het vuur is een symbool voor loutering en zuivering en daarmee van omvorming, omkeer en geestelijke groei.

Volgens Thomas van Celano zag Franciscus in het vuur een vlam en afstraling van het eeuwige licht. Hij gebruikt hiervoor het woord ‘mooi’. Dat woord gebruikt Franciscus ook voor de lichten zon en maan. Daarnaast is voor Franciscus vuur vrolijk, stoer en sterk. Uit: FL jaargang 100 nummer 6, P. Vermaat

Klik hier voor de route en bezinningskaart bij deze strofe.

impression image impression image

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster moeder aarde die ons voedt en leidt, en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

Franciscus noemt de aarde ‘moeder’. Moeder aarde die het leven dat zij van de Schepper heeft ontvangen, doorgeeft. We lezen dat ook terug in Genesis 2: 7 hoe God de mens uit het stof van de aarde vormde en de mens levensadem inblies.

De aarde is een bron van leven door de rijkdom die ze aan ons schenkt: vruchtbaarheid. Denk maar aan de grote verscheidenheid aan gewassen die ons tot voedsel kan dienen- en grondstoffen- om van alles en nog wat te maken wat ons leven aangenamer maakt. Dit behoort ons niet toe, we mogen dit niet op eisen als iets wat we mogen bezitten.

Wandelroute volgt.

impression image impression image

Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde vergiffenis schenken en ziekte en verdrukking dragen.
Gelukkig wie dat dragen in vrede, want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond. Vergeving en het dragen van ziekte en onderdrukking.

In dit gedeelte van het zonnelied wordt God geloofd om de mens. En dan niet de mens in het algemeen maar de mens die vergeeft en lijden en beproeving doorstaat. Hier gaat het niet enkel meer over al het mooie van de schepping. Hier zien we een andere  zijde, namelijk dat lijden en pijn ook tot het leven behoort en dat je gevraagd wordt om dit in vrede te dragen. Hier wordt god geloofd om de mens die daartoe in staat is. Franciscus werd in het beging bespot, uitgescholden en met modder nagegooid, maar wist met zijn broeders al deze beproevingen te verdragen.  En dat omwille van Jezus, die volgens Franciscus zelf ook was bespot, vernederd en moest lijden. En die ondanks alles aan het kruis bad: ‘Vader, vergeef het hun want zij weten niet wat zij doen.”

Wandelroute volgt.

impression image impression image

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood, die geen levend mens kan ontvluchten.
Wee hen die in doodzonde sterven; gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.

Prijs en zegen mijn Heer, en dank en dien Hem in grote nederigheid.

In het Zonnelied komt Franciscus uit bij de mens die ‘nederig en klein’ is. De beweging gaat van hoog naar laag. Het gaat hier om de de mens die heel wil worden, wil herstellen wat onaf is en die bereid is om telkens opnieuw te beginnen, zich om te keren en terug te keren naar de Bron van al wat bestaat. Het is een oefening in toevertrouwen aan Gods neerdalende liefde. Hieronder valt ook het bewustzijn van eigen dood en sterfelijkheid.

Franciscus spreekt met 2 woorden over de dood. Hij onderscheidt de dood van het lichaam, die hij ‘zuster dood’ noemt. Dit ziet hij als een natuurlijk gegeven de eindigheid van het leven. Anderzijds is er ook sprake van een andere dood; de geestelijke dood. Dat je als mens eeuwig van God gescheiden zou worden. Deze dood is niet bestemd voor de mensen die God liefheeft. Het geloof geeft het vertrouwen dat niets ons kan scheiden van Gods liefde, daarom mogen we de dood onze zuster noemen.

Wandelroute volgt.