impression image impression image

“Ik heb tussen de muren en mij een kleine vogel horen zingen. Toen moest ik ook zingen.”

Elisabeth kwam en ging, ze was helemaal daar waar ze was. Maar ze nam met een licht hart afscheid van het leven. Ze was als een kaars, die met sterke vlammen en een fel licht snel opbrandde. In november van het jaar 1231 werd zij ziek. Sommigen spreken van een longkwaal, anderen van een totale uitputting. Ze had tuberculose. Haar lichaam had geen reserves meer, het was helemaal opgeteerd en kon de ziekte niet meer aan. Op haar sterfbed liggende- met haar hoofd tegen de muur- draaide ze zich ineens om en zei tegen haar begeleidster: “Er heeft tussen de muren en mij  een klein vogeltje heel blij voor mij zitten zingen. Zijn lieflijk gezang dwong mij mee te doen.”
Ze overleed op 17 november 1231. Het bericht van haar overlijden verspreidde zich als een lopend vuurtje. Honderden mensen trokken aan haar lijkbaar voorbij. Nauwelijks had men haar begraven, of er gebeurden wonderen bij haar graf. Konrad werkte hard aan haar heiligverklaring. Op dag van de heiligverklaring in mei 1236 bracht men haar gebeente over naar de Elisabethkerk. Keizer Frederik II kroonde haar en zei: “Ik mocht haar op aarde niet tot keizerin kronen - daarom wil ik haar nu met deze kroon eer bewijzen als een eeuwige koningin in het Rijk van God.” De kerk werd in de jaren erna verder afgebouwd en in 1284 voltooid.

impression image impression image

Verwerking

Afscheid nemen creëert gaten en wonden, maar het maakt ook ruimte voor iets nieuws.
Ik wil hierover kunnen rouwen en de wonden tijd geven om te kunnen helen.
Ik wil de zegen van de eenzaamheid ontdekken, het met mijzelf uithouden en met God leven. 

Ik zeg afscheidswoorden en begroetingswoorden met grote aandacht.
Ik schenk aan ‘het kleine afscheid van de dag’ meer aandacht, bijvoorbeeld de deur die ik sluit nadat ik bezoek uitlaat, het einde van een vakantie, van een reis, van een bezoek, van een feest. Wat laat ik los? Wat blijft, en wat geef ik verder?
Ik maak het tot een gewoonte om ‘s avonds afscheid te nemen van de dag. Ik ben dankbaar voor het goede dat ik mocht beleven en vergeef hen die mij gekwetst hebben en geef alles wat gebroken is en onaf terug in de handen van God.
Ik lees de berichten over de overledenen met aandacht en respect en sta stil bij wat deze mensen beleefd kunnen hebben in hun laatste bewuste momenten. En hoe zou het gaan met de mensen van wie deze personen afscheid hebben genomen?
Ik mediteer over de vraag hoe het mij zal vergaan wanneer iemand van mij afscheid neemt, wanneer ik verhuisde of wanneer er een grote verandering kwam in mijn leven die mij veel verdriet bracht.
Ik neem ook waar dat er een nieuw begin was bij elk afscheid nemen. Wat heeft dat van mij gevraagd?
Met mijn neus ruik in de geur van het vergankelijke, de geur van het vergaan: schimmel, modder. Maar ook de lucht van het nieuwe: bloei van bloemen en de ochtendlucht.
“Laat het oude gaan”: wat komt op bij deze zin? Schrijf het op.
“Zoek het nieuwe”: schrijf op welke gedachten er bij jou naar boven komen.

Gebed

Wat een zegen om op het einde van een jaar, een reis of voettocht terug te blikken.
Ik wil mijn Schepper mijn leven als een geslaagd kunstwerk teruggeven.
Mijn leven heeft scheuren en fouten,
maar ik troost me met de gedachte dat geheeld zal worden wat gebroken is,
dat wat niet af is zal worden geheeld.
Ik weet dat mijn zwakte een plek en betekenis heeft
in het proces van het groeien en worden en zijn.
Ik vraag om kracht om bij het kleine en grote afscheid
me te openen voor het nieuwe.

impression image impression image

Route: Stadtalendorf - Amöneburg

Onderweg passeren we Langenstein. De naam verwijst naar ´lange steen´, een menhir die staat op de hoek van een oude kerkmuur. Oorspronkelijk was deze 6 meter. Volgens een legende liet Bonifatius hier een kapel bouwen. Vervolgens komen we aan in Kirchain. Naast de kerk stichtte landgraaf Heinrich II van Hessen een burcht als reactie op de Amöneburg van Mainz. De Stadskerk was oorspronkelijk bedoeld als klooster maar dat is er niet gekomen. De Elisabethkerk is gebombardeerd in WOII en weer opgebouwd met de ondersteuning van een franciscaanse communiteit. Voor Amöneburg ligt de Lindaukapel, nu Magdalenakapel. Volgens een legende zou Bonifatius de eerste mensen die hij tot het christendom bekeerde in een wasbeek gedoopt hebben die stroomt naast de kapel. Het ontstaan van Amöneburg dateert van 600 voor Christus. De Kelten zouden de berg gebouwd hebben aan het water van de Ohm (Amana). Van hieruit begon Bonifatius met zijn zendingswerk.