impression image impression image

“En toen zelfs haar dienstmeiden walgden van de stank, lachte ze en zei: ‘Hoe mooi is het, dat ik Christus wassen mag’.”

Elisabeth wandelde te voet door Thüringen. Haar beide dienstmeiden, Isentrud en Guda en haar jongste dochter liepen met haar mee. De mensen noemden haar ‘de gekke vorstin’.  Ze deelde met de daklozen de open hemel en met de bedelaars de armoede.
In Marburg opende zij een hospitaal - ze liet een klein huisje bouwen buiten de stad van leem en hout en trok daar met haar meiden in. Ze zorgde zelf voor de zieke mannen en vrouwen, en zorgde voor de mensen die niet meer geholpen werden door artsen in de stad en dorpen als ze ziek waren.  Ze nam alle zieken op en deed ze ook zelf in bad.   
En toen zelfs haar dienstmeiden walgden van de stank, lachte ze en zei: “Hoe mooi is het toch, dat wij op deze manier Christus in bad mogen doen.”

impression image impression image

Verwerking

Niet alleen de natuur wordt bedreigd, niet alleen de dieren worden gekweld, het zijn schepselen Gods. Alles is transparant, zelfs de zieken en het verafschuwende, en in alles wordt de mens, Christus, zichtbaar. 

Ik neem de mensen in mijn omgeving waar die ziek zijn. Ik sta stil bij vreemdelingenhaat, discriminatie. Ik neem geen genoegen met de gemakkelijke antwoorden en uitwegen om mezelf te kunnen ontzien bij mijn verantwoordelijkheid in deze.
Ik sta erbij stil hoe ik geholpen zou willen worden wanneer ik in een soortgelijke situatie zou verkeren en hoe ik daarop zou reageren.
Ik ga bij mezelf ten rade met wie ik me wil engageren, om menselijk leed te minderen en ellende af te wenden.
Daarvoor gebruik ik het kruis als symbool: mijn verbondenheid met de mensen (horizontaal) en mijn gerichtheid op God (verticaal). Ik stel me de mensen voor die getroffen zijn en probeer hen te zien in het kruis. Ondertussen herhaal ik de volgende zin als mantra: “Ik zie je in het aangezicht van de Lijdende.”

Ik richt mijn aandacht op wat mij stoort: een verwaarloosd huis, hard geluid afkomstig van een fabriek, de geur uit een verpleeghuis.  Ik neem waar wie daar wonen of werken en laat mijn negatieve oordeel achterwege.
Ik ga na wat ik zou kunnen doen. Ik groet de daklozen, bezoek de zieken en neem werkelijk tijd voor hen. Ik maak contact met mensen die daar wonen of werken.

Gebed

Geef me de kracht om al wat moeilijk is in het leven niet uit de weg te gaan.
Ik wil niet alleen het mooie en het aangename zoeken,
maar ik wil me laten raken door alles wat is
Ook door hen die lijden en gehaat worden,
Aan wie geweld wordt aangedaan en dat wat ik niet begrijpen kan.
Laat mij in jouw voetspoor gaan,
jij die geen vraag stelt, geen ziekte of schuldvraag uit de weg bent gegaan,
Ik vraag om je zegen om me in de schepping die lijdt te begeven.
Laat mij in de ontmoeting de vriend, in het eenvoudige het grote,
in het onduidelijke de zin van alles en in het dagelijkse God zien.

impression image impression image

Route: Frielendorf –Treysa/Hephata

Net buiten Frielendorf ligt Spieskappel met een kloosterkerk uit 1145 die behoort tot een van de grootste romaanse kerken in Hessen. En we lopen langs Spiesturm, een toren en tevens grens tussen ‘boven’ en ‘beneden’ Hessen waar Lodewijk I van Hessen een strijd voerde tegen het bisdom van Mainz. We kunnen een doorsteekje maken naar Trutzhain waar een bedevaartskerkje ligt. Ook was hier een krijgsgevangenis voor de gevangenen  uit  WOII.  Dit werd later een tussenstation voor de Oost-Europese Joden, tot 1947 gebruikt, die uit Polen vluchtten.  We komen in Ziegenheim: stad en burcht waren het centrum van het graafschap. In Treysa bevindt zich de stadskerk die op resten van een oud dominicanenklooster is gebouwd en we lopen naar de Hospitalkerk, waar in de middeleeuwen pelgrims onderdak vonden.