impression image impression image

Loslaten

In de herfst mogen we genieten van de bladeren die verkleuren, vallen en afsterven. Een symbolisch proces van loslaten. Voor mensen is dat niet alleen in de herfst, maar gedurende ons hele leven. Loslaten is nodig om opnieuw sterker door het leven te gaan!

Je kunt het verhaal over Elisabeth die leert loslaten en leven als arme, herverteld door Gerard Pieter Freeman, hier downloaden. De bijbehorende (herfstige) werkvorm vind je hier

Elisabeth die leert als arme te leven

Elisabeth van Thüringen is de vrouw van de Thüringse landgraaf en leeft op kasteel 'Wartburg'. Haar man, Lodewijk IV, gaat mee op kruistocht. Tijdens de reis krijgt hij koorts en overlijdt. Isentrudis, gezellin van Elisabeth, vertelt over de daaropvolgende, beslissende periode uit Elisabeths leven.

Na de dood van haar man werd Elisabeth uit de Wartburg gezet en verloor ook al haar eigen bezittingen. De broer van haar man kon niets doen, hij was nog jong. Elisabeth daalde af naar Eisenach, de stad die onder de burcht lag. Daar ging ze de voorraadschuur van een herberg binnen, waar ook varkens rondscharrelden. Midden in de nacht ging ze naar de gebedsdienst van de minderbroeders, aan wie ze vroeg het Te Deum, de grote lofzang, te zingen uit vreugde over haar tegenslagen. Eindelijk kon ze het leven van arme mensen helemaal delen. Maar de vreugde was gemengd. Fatsoenlijke burgers durfden haar niet te ontvangen. Een arme vrouw die vroeger door Elisabeth geholpen was, duwde haar de modder in. Elisabeth ging met haar dienstmeisjes een kerk binnen waar ze lang zat. Haar kinderen werden vanuit de burcht gebracht. Het was ijskoud en ze kon ze niets te eten geven. Elisabeth ging naar een priester en kreeg onderdak bij een van de medewerkers van de graaf, maar die gunden haar geen rust. Toen ze vertrok, groette ze de muren die haar tegen kou en regen beschut hadden. “Ik zou graag de mensen bedankt hebben, maar ik weet niet waarvoor.”

Het kostte Elisabeth grote moeite om te wennen aan de armoede waar ze eerst zo naar verlangd had. Haar kinderen moest ze wegsturen omdat zij ze niet kon voeden en kleden. Ze keerde terug naar de varkensstal waar ze maandenlang verbleef. Elisabeth was niet voorbereid op de ellendige leefomstandigheden waarin ze terecht kwam. Ze had wel gedroomd van eenvoudig leven op het platteland, maar kon niet melken en in koken was ze bar slecht. Wel kon ze spinnen, linnen niet. Niemand had haar leren naaien. Als vrouw van adel kon ze alleen borduren.

In de vastentijd voor Pasen kwam de doorbraak. Ze keerde op een ochtend misselijk uit de kerk terug en vond steun bij Isentrudis. Terwijl die alle anderen wegstuurde, hield Elisabeth haar ogen gericht op de open ramen. Ze begon met gesloten ogen vrolijk te lachen en daarna te huilen. Lachen en huilen wisselden elkaar geruime tijd af. Later vertelde ze wat er gebeurd was: “Ik zag de hemel open. De lieve Jezus troostte me in alle ellende die ik doormaakte. Als ik Hem zag, was ik vrolijk en lachte. Als Hij zich terugboog en als het ware van mij afkeerde, moest ik huilen. Hij zei: ‘Als jij bij Mij wilt zijn, wil Ik bij jou zijn’. En ik antwoordde: ‘Zo wilt U bij mij zijn; ook ik wil bij U zijn en nooit van U gescheiden worden’.”

Isentrudis luisterde intens naar wat Elisabeth haar vertelde. Ze bewaarde alles in haar hart om de verhalen door te kunnen vertellen wanneer daartoe de tijd gekomen was.