Van der Does de Willeboissingel 11
5211 CA 's-Hertogenbosch
(073) 613 13 40
info@franciscaansebeweging.nl
Geschriften van Franciscus
Franciscus heeft enkele tientallen teksten geschreven van verschillende aard: gebeden en lofzangen, brieven en teksten met regels en aanwijzingen voor zijn volgelingen.Veel van zijn teksten bestaan uit citaten uit de bijbel en liturgische werken. De regel is geschreven met hulp van andere broeders. Enkele werken zijn zeer persoonlijk, zoals de brief aan broeder Leo en aan een minister. Het Zonnelied van Franciscus is het eerste werk dat geschreven is in het Italiaans, in een Umbrisch dialect.
De teksten hieronder zijn overgenomen uit de nieuwste Nederlandse vertaling uit 2004 van De geschriften van Franciscus. De geschriften zijn ook beschikbaar in het Latijn. Zie hiervoor de website van het Franciscaans Studiecentrum.
Gebeden en lofzangen
Brieven
Regels en Wijsheidsspreuken
Gebeden en lofzangen
Franciscus heeft diverse gebeden en lofzangen geschreven, onder andere de Lofzang op de allerhoogste God, het gebed bij het Onze Vader, het gebed voor het kruis, de begroeting der deugden, de begroeting van Maria, psalmen en het Zonnelied.
Gebed voor het kruis
Toen Franciscus nog op zoek was naar zijn bestemming ging hij vaak in het kerkje van San Damiano bidden. Er is een gebed bewaard gebleven, waarvan gezegd wordt dat Franciscus dit in deze tijd in San Damiano heeft gebeden.
Hoogste, roemrijke God,
verlicht de duisternis van mijn hart
en geef mij het ware geloof,
de gegronde hoop en de onverdeelde liefde,
het aanvoelen en de kennis,
Heer, om uw heilige en waarachtige opdracht
te kunnen uitvoeren.
Amen.
Zonnelied van Franciscus
Officieel heet het Zonnelied de Lofzang der schepselen. Het is bedoeld als lied, maar helaas is de melodie niet bekend. Franciscus heeft het Zonnelied geschreven in de periode 1224-1225 na een periode waarin hij ziek en vertwijfeld was.
Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe,
en geen mens is waardig uw naam te noemen.
Wees geprezen, mijn Heer, door al uw schepselen,
vooral door mijnheer broeder zon
die de dag is en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en straalt in grote pracht;
Van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.
Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.
Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.
Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind
en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde
door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.
Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water
die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.
Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur
door wie Gij voor ons de nacht verlicht;
en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.
Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster moeder aarde,
die ons voedt en leidt,
en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.
Wees geprezen, mijn Heer,door wie omwille van uw liefde
vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen.
Gelukkig wie dat dragen in vrede,
want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.
Wees geprezen, mijn Heer,
door onze zuster de lichamelijke dood,
die geen levend mens kan ontvluchten.
Wee hen die in doodzonde sterven;
gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.
Prijs en zegen mijn Heer,
en dank en dien Hem in grote nederigheid.
Brieven
Franciscus heeft diverse brieven geschreven aan hele groepen, zoals de geestelijken, custoden, stadsbestuurders en de gelovigen. Ook zijn drie brieven aan individuele personen bewaard gebleven; aan een minister, aan broeder Antonius en een aan broeder Leo.
Fragment uit de brief aan de gelovigen (2e redactie)
En hij moet ieder van zijn broeders
steeds die barmhartigheid tonen
die hij voor zichzelf wil
als hij in een soortgelijke situatie verkeert.
En bij een overtreding van een broeder
mag hij niet kwaad op hem worden
maar moet hij hem met alle geduld en nederigheid
welwillend vermanen en steunen.
Brief aan broeder Leo
Broeder Leo,
je broeder Franciscus wenst je heil en vrede.
Zo zeg ik je, mijn zoon, als moeder:
alles wat wij onderweg besproken hebben,
regel ik beknopt in deze uitspraak
en ik geef je de raad
–en je hoeft om raad niet naar mij toe te komen,
want ik geef je deze raad-:
als je een of andere manier beter vindt
om aan de Heer God te behagen
en zijn voetspoor en armoede te volgen,
doe dat dan met de zegen van de Heer God
en in gehoorzaamheid aan mij.
En als het voor je ziel noodzakelijk is
en je voor een andere bemoediging
opnieuw naar mij wilt komen,
kom dan.
Fragment uit de brief aan een minister
Over de toestand van je ziel zeg ik je, zoals ik dat kan:
de dingen die je belemmeren de Heer God te beminnen
en ieder die een belemmering voor je vormt,
broeders of anderen, zelfs al sloegen ze jou,
dit alles moet je als genade beschouwen.
En zo moet je het willen en niet anders.
Regels en wijsheidsspreuken
Franciscus heeft in verschillende documenten richtlijnen voor zijn volgelingen gegeven. Met hulp van broeders schrijft hij de regel voor de minderbroeders. Er is een voorlopige redactie uit 1221 over en de definitieve regel, die op 29 november 1223 door paus Honorius III is goedgekeurd. Daarnaast is er een regel voor de kluizenarijen en een levensmodel voor de arme zusters.
In 1226 schrijft Franciscus zijn Testament.
De wijsheidsspreuken (voorheen Vermaningen genoemd) is een verzameling van teksten waarin Franciscus adviezen geeft.
Regel van de minderbroeders (hoofdstuk 6:1-6)
De broeders mogen zich niets toe-eigenen, geen huis, geen verblijfplaats, helemaal niets. En als pelgrims en vreemdelingen in deze wereld die in armoede en nederigheid de Heer dienen, kunnen zij vol vertrouwen aalmoezen gaan vragen. En zijn mogen zich niet schamen, want de Heer heeft zich in deze wereld voor ons arm gemaakt.
Daarin bestaat juist de verhevenheid van de allerhoogste armoede.
Zij heeft jullie, mijn zeer beminde broeders, tot erfgenamen en koningen van het rijk der hemelen aangesteld, jullie arm gemaakt aan dingen en met deugden gekroond.
Dat moge jullie erfdeel zijn, dat leidt naar het land van de levenden.
Zeer geliefde broeders, hecht je daaraan volledig en wil om de naam van onze Heer Jezus Christus nooit iets anders onder de hemel bezitten.
Fragment uit het Testament van Franciscus
In zijn Testament gaat Franciscus eerst terug naar de begintijd en vertelt over zijn bekering en hoe hij en de eerste broeders leefden. Daarna volgen aansporingen over de armoede, de gehoorzaamheid en het bidden.
Testament 1-3: De Heer heeft mij, broeder Franciscus, op de volgende manier het begin gegeven van een boetvaardig leven: toen ik in zonden leefde, leek het me te bitter om melaatsen te zien en de Heer zelf heeft mij tussen hen gebracht en ik heb hun barmhartigheid bewezen.En toen ik bij hen wegging, was wat me bitter leek voor mij veranderd in zoetheid naar ziel en lichaam;en ik was er daarna nog een tijdje vol van en heb de wereld verlaten.
Testament 38–39: En al mijn broeders, geestelijken en leken, beveel ik uitdrukkelijk op gehoorzaamheid dat zij geen aantekeningen maken bij de regel of bij deze woorden in de trant van: ‘Dit moet zo verstaan worden.’ Maar zoals de Heer mij gegeven heeft de regel en deze woorden eenvoudig en zuiver te zeggen en te schrijven, zo moeten jullie ze eenvoudig en zonder interpreteren verstaan en met heilige daden tot het einde toe onderhouden.
Wijsheidsspreuken
De wijsheidsspreuken zijn verzamelde teksten van uitspraken van Franciscus. Ook voor de mens van nu zijn deze teksten nog volledig van toepassing en zeer herkenbaar.
13 Het geduld
Gelukkig wie vredelievend zijn,
want zijn zullen kinderen van God genoemd worden.
Een dienaar van God kan niet weten
hoeveel geduld en nederigheid hij in zich heeft,
zolang aan zijn wensen voldaan wordt.
Maar als het ogenblik komt
dat wie aan zijn wensen moesten voldoen,
hem het tegendeel aandoen,
zoveel geduld en nederigheid als hij dan heeft,
zoveel heeft hij en meer niet.
19 De nederige dienaar van God (1-2)
Gelukkig de dienaar die zich niet beter vindt,
wanneer de mensen hem prijzen en verheffen,
dan wanneer ze hem waardeloos,
eenvoudig en verachtelijk vinden.
Want zoveel als een mens is in de ogen van God,
zoveel is hij en meer niet.
24 De echte liefde
Gelukkig de dienaar
die zijn broeder evenveel liefheeft
wanneer die ziek is en hem dus niets kan terugdoen,
als wanneer die gezond is en hem wel iets kan terugdoen

