In deze donkere tijden voor Kerstmis zijn we op zoek naar licht en warmte. Waar vinden we gastvrijheid en weten we ons welkom? Waar verwelkomen we de ander? Waar vinden we vrede?
In de afbeelding van de miniatuur herken ik deze verlangens. We zien Franciscus die een levende kerststal inricht.
We kennen Franciscus als de uitvinder van het gebruik om met Kerstmis een stalletje op te zetten. Bijzonder in deze miniatuur is dat het kind, die de meest noodzakelijke dingen ontbeert, gedragen wordt door Franciscus zelf. Dat maakt het kersttafereel tot iets persoonlijks. En iets wat heel dichtbij is en gewoon. Het gewone van een familie, een kind gedragen door een volwassene. Maar helaas ook het gewone van mensen voor wie we geen plaats maken of die we een plaats ontzeggen.
Tegelijk laat het tafereel ook het ongewone zien. Het ongewone van het nieuwe leven, dat ons ontroert en beroert. Dat ons telkens opnieuw toont dat er toekomst is en hoop. Om een God die onder mensen wil komen. Onder ons. Die ons duidelijk vertelt dat kwetsbaarheid, hoop en verbondenheid een wezenlijk deel zijn van het leven. Ja, van een God die, denk ik, een sterker geloof in ons moet hebben dan wij in God en in het kerstkind.
Franciscus laat zien dat persoonlijk geraakt zijn en verbondenheid voelen, veel verder gaan dan gezellig bij elkaar zijn met Kerstmis. Het kleine en kwetsbare kind van Kerstmis heeft de wereld veranderd. Dat is een boodschap voor ieder van ons. Dat we het kwetsbare mogen dragen en dat dit ons mag inspireren tot het buitengewone.
Hoe doen we dat dan? Hoe dragen we het kwetsbare, en hoe worden we in onze eigen kwetsbaarheid gedragen? Hoe zorgen we ervoor dat we ons niet terugtrekken in onszelf en denken ‘wij hebben het goed, de anderen zijn mijn zaken niet’? Of denken dat we door onze eigen kwetsbaarheid niets kunnen betekenen voor een ander?
Franciscus laat mij zien dat het de ontmoeting met de ander is die ons bij onszelf brengt. Een mens die mens is door anderen. Daarom plaatste Franciscus gewone mensen in zijn levende kerststal. Dichtbij dat goddelijke kind.