impression image impression image

Gelukkig was er die Belgische professor Leroy. “Het eten van vlees”, zo verklaarde hij, “heeft de mens de vermogens gegeven die hij nu heeft. Iets meer respect voor het eten van vlees graag.” In alle discussies over ons voedsel zullen de liefhebbers van een stukje vlees dit geluid met instemming begroet hebben. Het eten van vlees kwam door de belasting van het milieu flink in de verdrukking. Dit geluid is als een geschenk uit de hemel.

Voor mij was dit weer een mening erbij. En er waren al zoveel meningen en inzichten over wat er dagelijks op ons bordje ligt of zou moeten liggen. Ik begin aardig mee te voelen met de mensen die door de bomen het bos niet meer zien. Die het onderwerp voedsel (en drank) maar links laten liggen. ‘Want je weet niet meer wat goed is en wat niet’. Wel of geen vlees? Biologisch of ecologisch? Een glas wijn gezond, of juist niet? Je wordt alle kanten op gestuurd. En wat mij daarbij opvalt is dat elke insteek ook weer een tegengestelde mening oplevert. Meestal ook weer ‘uit onderzoek gebleken’. Hebben we te veel onderzoekers of is het onderzoeksveld te gesegmenteerd? Of wordt bewust op deze verwarring aangestuurd? Je kunt er van alles bij gaan denken.

impression image impression image

Iets anders wat mij opvalt is de aandacht die al die verschillende onderzoeksresultaten en meningen krijgen. Blijkbaar zoeken veel mensen toch houvast bij een dieet of een visie dat door een ander gepresenteerd wordt. Die hulp blijkt nodig bij alle onzekerheid die ervaren wordt. Of wellicht een excuus dat gezocht wordt. Meestal wordt zo’n nieuw onderzoeksresultaat dan ook weer het begin van een nieuwe hype. In zo’n tijd leven we.

Als het gaat om voedsel en drank hanteer ik voor mijzelf één uitgangspunt: mijn eigen gezonde boerenverstand. Daarmee probeer ik een beetje nuchter over dit soort zaken na te denken en ook alle informatie die hierover op mij afkomt te beoordelen. Het levert mij wel een aantal praktische handvatten op:

-          Wat er bij komt moet er ook weer af. De weegschaal is daarbij voor mij richtinggevend, al gebruik ik die niet om bij elk pondje in de stress te schieten. Maar als ik een wat meer innemende of stilzittende periode achter de rug heb, gewoon maar weer eens een dag vasten of een rondje op de fiets. Gewoon een beetje werk maken van een goede balans.

-          Ik rook niet omdat ik dit een slechte optie voor een beetje gezond leven vind.

-          Zout en suiker beperk of vermijd ik waar ik kan. Ik zal het in ieder geval nooit extra toevoegen aan mijn eten.

-          Vlees begint bij mij langzamerhand besmet te raken. Enerzijds door gezondheidsmotieven en anderzijds de milieuaspecten. Aangezien ik thuis niet de enige ben die aan tafel de maaltijdsamenstelling bepaalt, is vegetarisch nog geen uitgemaakte zaak.

impression image impression image

Alle onderzoeken leveren veel informatie. En dat is natuurlijk niet allemaal onzin. Er wordt steeds meer bekend over de lange termijneffecten van ons voedingsgedrag. En dat speelt een grote rol bij de kwaliteit van leven op je oude dag. Nu komt ik op een leeftijd waarin dat langzaam in beeld komt. Anderzijds heb ik een leeftijd waar ik ook nog wat kan aanpassen. Ik sta hierdoor open voor de onderzoeksresultaten, maar hoop met mijn gezonde boerenverstand daar zelf een oordeel over te kunnen vormen.

Dat gezonde verstand hoop ik ook elders te treffen. Iets verfijnder zijn dan alles opzijschuiven of als een bok op de haverkist springen. Ik weet dat Franciscus van Assisi ook nogal ongenuanceerd kon zijn, maar in zijn Wijsheidsspreuken reikt hij ons toch een houding aan die veel meer van relativeren laat zien. En dat relativeren is voor mij: een beetje afstand houden en ietsje breder kijken.