impression image impression image

Ik begin dit stukje met een kort citaat van Lisette Thooft:

“Er zijn in onze kenniseconomie steeds meer mensen die niet met concrete voorwerpen hun brood verdienen maar alleen met gedachten, ideeën, afspraken, gesprekken en beelden. Hoofdwerkers. Als deze hoofdwerkers ook nog eens hun lekker concrete huis-en-tuinklusjes uitbesteden om tijd te besparen, en weinig tijd nemen voor wandelingen zodat ze ook nog eens van de natuur vervreemd zijn, verliezen ze het tempo van moeder Aarde gemakkelijk uit het oog.” (uit: Tien geboden voor innerlijke rust; Amsterdam, 2003; p. 77)

impression image impression image

Natuurbeleving

Aan dit citaat voeg ik zelf nog enige vragen toe: hoeveel mensen leven niet als gekluisterd aan hun tv-, smartphone- en computerschermen? En zijn er niet veel mensen die bijna geen oog meer hebben voor de natuurlijke omgeving waarin zij leven? Hoeveel mensen leven niet rusteloos voorbij aan al wat groeit en bloeit om hen heen? Wie heeft er nog daadwerkelijk aandacht voor al wat leeft op de aarde, voor wat vliegt en zweeft door het steeds veranderend luchtruim, voor dat wat beweegt in stromende of stilstaande wateren? Kortom, in welke mate beleven wij nog iets in en aan de natuur?

En dan bedoel ik de natuur in onze eigen leefomgeving. Niet de zogenaamde natuurwonderen waaraan je je als toerist – afgereisd naar exotische oorden – vergaapt.

impression image impression image

Aardekinderen

Ik ben er steeds sterker van overtuigd dat de sleutel voor het goed omgaan met de aarde en al wat leeft, ligt in de mate waarin we de natuur om ons heen weten te beleven en op waarde weten te schatten. In de mate waarin we ons spelenderwijs verdiepen in de natuur en al haar ecosystemen. De mate waarin onze liefde, bewondering en verwondering toeneemt voor wat er in miljoenen evolutiejaren is gegroeid aan biodiversiteit en soortenrijkdom.

Ik ben ervan overtuigd dat we opnieuw de wijsheid dienen te leren van de zogenaamde primitieve volken, die beter dan wij – ‘moderne’ mensen – beseften en beseffen dat we totaal afhankelijk zijn van onze ene moeder Aarde. Het indiaanse opperhoofd Seattle drukte die wijsheid uit in het gezegde ‘Wat er met de aarde gebeurt, gebeurt met de kinderen van de aarde!’

 

impression image impression image

Warme harten

De klimaatcrisis is niet een probleem dat de hoofdwerkers, de bureaucraten en technocraten eventjes op zullen gaan lossen. Als te veel mensen te weinig liefde blijven opbrengen voor moeder Aarde en al wat zij aan leven voortbrengt en huisvest, zal elke serie deeloplossingen weinig veranderen aan de echte grote crisis.

Daarom hoop ik dat er steeds meer mensen komen met een warm hart vol liefde voor de natuur. Gelukkig zijn er al van die mensen. Ik ontmoet ze bijvoorbeeld ‘op de tuin’ of op een natuurcamping. En hopelijk groeit het aantal mensen met een warm hart voor de natuur in de komende jaren gestaag. Want de opwarming van de aarde zal naar mijn mening niet gestopt kunnen worden door mensen die koud en onverschillig staan tegenover wat moeder Aarde en haar kinderen nu overkomt.