impression image impression image

Op de tweede zondag in de veertigdagentijd lezen we ieder jaar in het evangelie dat Jezus met drie leerlingen de berg opgaat. Daar zien de leerlingen zijn gelaat stralen en voegen zich Mozes en Elia bij hen. De Wet en de Profeten komen samen met Jezus bijeen. De leerlingen horen een stem uit de hemel: ‘Dit is mijn Zoon, de welbeminde.’ Angstig vallen zij ter aarde, maar als ze hun ogen weer openen, is alles voorbij en is er niets te zien. Jezus spoort ze aan om voorlopig maar niets over dit voorval te vertellen.

De ervaring die de leerlingen hier meemaken, wordt wel eens een numineuze ervaring genoemd. Een ervaring die ons mensen te boven gaat, maar die ons wel het gevoel geeft, dat we gedragen worden door een groter geheel. Omdat Petrus voorstelt om drie tenten te bouwen, één voor Mozes, één voor Elia en één voor Jezus wordt dit gebeuren gesitueerd tijdens het Loofhuttenfeest. Een oogstfeest waarin gevierd wordt dat druiven, graan en hooi weer binnengehaald zijn. Uit het feestgedruis trekken Jezus en zijn leerlingen zich terug, de berg op. Daar gebeurt datgene, waarover zij niet kunnen spreken.

Toch willen we ook het heilige graag begrijpen en grijpen.

impression image impression image

Een ervaring van het heilige is een kostbaar moment. Communiceerbaar is het echter nauwelijks. Wat moet je zeggen? Het is als met een kind die tegen de schemering in de laaghangende mist onder een prikkeldraad door kruipt en in de verte uit die mist enkele koeien ziet opdoemen, waarop hem het besef ten deel valt, dat hij er mag zijn. De objectieve omstandigheden zijn dermate triviaal, dat het moeilijk is om zijn omgeving van een ervaring van het heilige te overtuigen. Dus zwijgt het er liever over.

Toch willen we ook het heilige graag begrijpen en grijpen. Nu het coronavirus is uitgebroken, beseffen we, dat het heilige niet vast te pakken is. Een goede week geleden hebben de Nederlandse bisschoppen besloten dat de kerkgangers bij de vredeswens elkaar niet de hand mogen schudden. Daarnaast mag de communie niet langer op de tong, maar alleen nog op de hand worden ontvangen. Voor sommige parochianen waren deze tekens uitingen van betrokkenheid en eerbied. Maar het gaat blijkbaar niet om uiterlijke tekens, die afhankelijk van tijd en plaats, er ook anders uit kunnen zien. Zo geeft men in de Armeense kerk de vredesgroet door middel van een hoofdbuiging, is de communie op de tong pas ingevoerd rond de tiende eeuw en dateren communiebanken uit de 16e eeuw. In het begin van het christendom was de communie op de hand de gebruikelijke gang van zaken. Tekens blijken betrekkelijk te zijn. Het gaat om de essentie van wat ze willen uitdrukken. Zoals de leerlingen van Jezus een ervaring hadden, die hen oversteeg en waarvoor ze geen tekens en woorden konden vinden.

impression image impression image

De berg

het was de tijd van oogst en herfst, gejoel
om schoven die op krakend gele karren
en bruin gekromde ruggen van het land
naar binnen golfden in het feestgewoel 

de druiven schuimden, voeten dansten in
de perskuip en de dorsvloer lag vol graan
toen trokken enk’le mannen zich terug
een hoge berg op naar een stralend licht 

daar klonk een stem, geflonker uit een wolk
hij trok voorbij, zich grijpen liet hij niet
een tentdoek werd een speelbal voor de wind
ontzag, geen woord voor het gewone volk 

geen woord, geen woord, ze wisten niets te zeggen
dan ijlte wind een licht - een niet beseffen