impression image impression image

Er is een Vlaams volksverhaal (gevonden bij Geert van Istendael, Vlaamse sprookjes) waarin Jezus en Petrus door het Vlaamse landschap lopen op weg naar het stadje Temse, dat aan de Schelde ligt. Plotseling schiet er een grote haas uit het struikgewas langs hun voeten. En Jezus zegt: ‘Tsjonge, zo’n grote haas heb ik nog nooit gezien.’ Hij kijkt naar Petrus, die daarop antwoordt: ‘Nou ik heb wel eens een grotere haas gezien. De haas die ik gezien heb, was zo groot als een paard.’ Jezus zegt niks. Ze lopen samen verder. Plotseling zegt Jezus: ‘Om in Temse te komen moeten we straks over de grote Scheldebrug. Weet jij hoe die heet?’ Petrus zegt: ‘Heeft die brug dan een naam?’ ‘Ja zeker,’ zegt Jezus. ‘Die brug heet de leugenaarsbrug. Iedereen die wel eens in zijn leven heeft gelogen, zakt door die brug en valt in de Schelde.’ Zwijgend vervolgen ze hun weg. Maar Petrus krijgt het een beetje benauwd. Plotseling zegt hij: ‘Heer, nu ik er nog een keer aan terugdenk, weet ik toch niet zo zeker of die haas van mij wel zo groot was als een paard. Ik denk eerder dat hij zo groot was als een kalf.’ Jezus zegt niks en ze lopen samen verder. Na een paar kilometer zegt Petrus: ‘Ik wil er toch nog even op terugkomen. Ik denk dat die haas eerder zo groot was als een lammetje.’ Jezus zegt weer niks en ze gaan verder. Maar als de brug in zicht is, zegt Petrus: ‘Nu ik er nog eens goed over nadenk, denk ik toch dat die haas niet zo groot was. Het was eigenlijk maar een klein beestje. Nee, de haas die we zo juist zagen, was de grootste die we ooit gezien hebben.’ Jezus glimlacht en ze gaan even later samen de brug over en komen veilig in Temse aan.

Het is goed dat de sleutel in handen is gegeven van een feilbaar, zwak mens.

impression image impression image

Het is een mooi verhaal over Petrus. Een man van bravoure, maar ook een met een klein hart. Afgelopen zondag hoorden we in het evangelie hoe hij als eerste het christusgeheim verwoordt, maar volgende week horen we, hoe Jezus hem populistisch gedrag zal verwijten, omdat hij meer bedacht is op menselijke overwegingen. Hij zegt dan ook tegen Petrus: ‘Ga weg, satan.’ De ene week is hij de steenrots waarop de kerk gebouwd zal worden en krijgt hij de sleutels van het hemelrijk, de macht om te vergeven; de andere week is hij een steen des aanstoots (Mt 16,13-27). Dit tweeslachtig optreden zien we vaker in het leven van Petrus. Als hij Jezus over het water ziet gaan, wil hij naar hem toelopen. Zodra hij echter een voet overboord heeft gezet, wordt hij bang en zinkt hij in de golven. Bij het laatste avondmaal roept hij dat hij altijd voor Jezus zal opkomen. Maar nog voor de haan die morgen een keer heeft gekraaid, heeft hij zijn heer al drie keer verloochend. Hij slaat in de hof van Olijven impulsief het oor af van de knecht van de hogepriester, maar even later maakt hij dat hij wegkomt als Jezus wordt gearresteerd. Kortom, Petrus is de zoon van Jona, de profeet tegen wil en dank, die voor hij profeteerde ook op de vlucht sloeg.

Daarmee lijkt Petrus op velen van ons: mensen met goede bedoelingen, maar die, als het erop aankomt, het toch laten afweten. En juist hem wordt de sleutel van het Gods rijk gegeven. Hij krijgt het mandaat om al dan niet te vergeven.

De sleutel is een Oudtestamentisch en daarvoor een Egyptisch beeld. De eerste minister ging iedere morgen naar het paleis van de farao om die met een sleutel te openen. Daarmee begon de dag en kwam de economie op gang. De sleutel ontsloot daarmee de toekomst van het leven. In het Nieuwe Testament wordt dat beeld gebruikt voor het gebaar van vergeven. Wie vergeving krijgt, wordt van zijn schulden bevrijd en heeft weer toekomst. Bij Petrus zou deze opdracht wel eens in goede handen kunnen zijn. Hij weet immers, zo mogen wij hopen, van zijn eigen falen, zodat hij daardoor ook begrip kan hebben voor de tekorten bij anderen. Het is daarom goed dat de sleutel in handen is gegeven van een feilbaar, zwak mens.

Petrus als spiegelbeeld voor de mens in onze tijd, is een mooie gedachte. Want wie opent in onze tijd van coronacrisis de toekomst? Zijn dat de onkwetsbare mensen die het virus bagatelliseren tot viruswaanzin of de mens die zijn eigen broosheid kent en daarom zorg draagt voor de broosheid van een ander? Het belang van zachte krachten wordt dikwijls onderschat. De laatste dictator van Europa is daar om dit moment getuige van. Het waren immers ‘zwakke vrouwen’ (zoals ze zichzelf noemden) die een gigantische protestbeweging op gang hebben gebracht. Ook Franciscus laat in zijn optreden steeds zien, dat zachte krachten ons verder brengen dan gewelddadig optreden. De teruggave van zijn geld en kleren aan zijn vader, was daar een mooi voorbeeld van.

impression image impression image

van de sleutel en de haan

snel was hij enthousiast, een ijveraar
maar net zo vlug liet hij de moed weer zakken
toch werd hij rots genoemd, een steen in ’t water
een mens van het bravoure, en weifelaar 

hij werd de eerste onder zijns gelijken
want hij doorzag het menselijk bestaan
van vlees en bloed, van krabben strelen bijten
zo kwetsbaar, van het willen en bezwijken 

hij kreeg daarom de sleutels van de poort
bepaalde wie naar binnen, wie daar buiten
hij kende de verworpen steen in ’t slijk
de knechtsgestalte op het slappe koord 

hij wist van het vergeven en het zwijgen
het kraaien van de haan zou altijd blijven

(Dit gedicht is afkomstig uit Peter Vermaats dichtbundel ‘op vleugels van de wind’)