impression image impression image

Ik schrijf dit stukje op de dag dat de uitslagen van de presidentsverkiezingen in de VS binnen druppelen. Tot mijn groot verdriet is er nog steeds een kans dat Trump gaat winnen. Verdriet, want ik meen te hebben gezien hoe hij de scheuren in een groot en groots land steeds groter heeft gemaakt; tegenstellingen op de spits heeft gedreven en het lange termijn perspectief op een duurzamer Amerika grondig onderuit heeft gehaald. Door ‘Parijs’ op te zeggen, de fossiele industrie vrij baan te geven en milieumaatregelen terug te draaien. Hij weet het nu eenmaal beter dan de wetenschappers.

Ik raak ervan in de war. Hoe kan een zinnig mens zo tekeer gaan? Wat is er aan de hand, daar aan de overkant? Waarom is er zoveel steun en fanatisme voor zijn persoon en zijn manier van de baas spelen?

En dat is dan maar één ding. We hebben ook nog te stellen met fanatieke moslims die niet gediend zijn van onze vrije manier van omgaan met religieuze symbolen. Hoe moeten we daar dan wel mee omgaan? Ik gun iedereen zijn zienswijze. Maar moeten we bakzeil halen omdat we anders mensen mogelijk zo beledigen dat ze bereid zijn andere mensen te vermoorden? De moord tegenover het vrije woord? Ik wil graag multicultureel zijn, maar hoe kan dat in een samenleving die angstig aan het worden is dóór die multiculturele openheid?

En dan dat ongrijpbare virus. Zo’n klein pestwezentje dat in staat is onze hele samenleving te ontwrichten. Dat ons dwingt om keuzes te maken: economie of gezondheid. Een virus waarmee we opstaan en naar bed gaan en waar we ons bij elk symptoom afvragen: heb ik het? Ben ik besmettelijk?

Trump, klimaat, terreur, corona. We leven omgeven door grote ontwikkelingen, waarop ik in ieder geval de greep kwijtraak. Hoe daarmee om te gaan? Als alles schuift, waar vind je dan houvast?

Als alles schuift, waar vind je dan houvast?

impression image impression image

Duizelen

Op een of andere manier speelt voortdurend een verhaaltje over Franciscus door mijn hoofd. Hij is met broeder Masseo onderweg als ze op een driesprong aankomen. Masseo loopt voorop, kijkt om en vraagt Franciscus: “welke kant gaan we op, Florence (links) óf Siena (rechts)?”, “De weg die God wil” antwoordt Franciscus. Masseo reageert verbaasd: “maar hoe weten we dan wat God wil?” 

“Dat zal ik je zeggen” zegt Franciscus. “Ga op de driesprong staan en draai daar in de rondte, zoals kinderen dat doen, en houd daar niet mee op totdat ik het je zeg.” Masseo draait en draait, wordt duizelig, valt een paar keer op de grond, staat op en draait verder totdat Franciscus eindelijk zegt: “Genoeg, sta stil en verroer je niet. Naar welke kant staat je gezicht?” Masseo, nog duizelend: “naar Siena.” Franciscus: “Dan is het de wil van God dat we naar Siena gaan.”

impression image impression image

Ook ik ben de weg kwijt. Ik ben de greep kwijt op de gebeurtenissen buiten mij die mijn leven meebepalen. Ik weet niet meer welke kant ik op moet. Wat is er dan beter dan de pas in te houden en stil te vallen? Erkennen dat je het niet weet. Weg en wijsheid zijn niet te vinden in de buitenwereld, maar door steeds dieper in jezelf te rade te gaan: Heer wat wilt u dat ik doe? En daar kom je waarschijnlijk alleen maar achter als je – als een kind – al je ideeën en voorstellingen over wat er aan de hand is en gedaan moet worden, weet los te laten. Zoals Masseo op die driesprong. Wanneer je, klem gezet, geen andere weg weet dan de weg naar binnen, kan het zomaar gebeuren dat je tot heel nieuwe inzichten komt. Dat is dan wellicht de weg die God je wijst om je reis te vervolgen. Daarbij zul je anderen op je pad vinden, die vanuit eenzelfde ervaring nieuwe wegen begaan.

"We leven in een hoopvolle tijd, omdat we de kans krijgen om te zien waar de grenzen zijn.”

impression image impression image

In Trouw zegt pastor Jules Dresmé: “Er zijn allerlei processen waarvan we het gevoel hebben dat we de greep erop kwijtraken, terwijl we aan de andere kant blijven denken dat we alles in de hand hebben. Als je je daar bewust van bent, haalt dat de diepste vraag naar boven wie we werkelijk zijn. Als je daar niet voor wegloopt, vormen de onrust en de angst voor wat we niet kunnen begrijpen juist de weg naar het nieuwe begin. Daarom ben ik hoopvol. We leven in een hoopvolle tijd, omdat we de kans krijgen om te zien waar de grenzen zijn.”

En als we ons dan weer oprichten, laten we dan gaan, onbevangen als een kind, met de zegen van de Allerhoogste.