impression image impression image

Er is een pup in huis. Vanuit het buitenland. Er was een nest met vier pups gevonden. Moederhond was net een jaar en achtergelaten bij een boerderij toen ze drachtig bleek.

Onlangs was in de krant te lezen dat een pup van vier hoog uit het raam is gegooid. De baasjes konden er niet meer tegen of waren het niet eens met elkaar. Of was het lastig een beestje te houden op vier hoog?
Dit artikel las ik een week voordat mijn pup zou arriveren.

Ik weet dat het ook voor mij een beproeving zal zijn. Een pup is schattig, maar ook een verantwoordelijkheid. Dag en nacht. Als eigenaar word je geconfronteerd met je karakter en met je grenzen. Als baasje voed je, naast je pup, ook jezelf op.

Nu is er een pup in huis. Het beestje is vier maanden, maar moet alles leren.
De reis was traumatisch, want lang en spannend. Het reddingsteam is liefdevol, doet goed werk. De andere pups zijn ook gereserveerd. Ze gaan alleen verder. De roedel wordt nu gevormd met een mens of met meerdere mensen. Allen vol liefde en goede bedoelingen.

impression image impression image

Maar hoe weet je wat goed is voor een dier? Tip van de een: “Het is een getraumatiseerde baby, wees alleen zacht”. Tip van de ander: “Meteen sterk en duidelijk opvoeden, dan weet hij waar hij aan toe is”.

En dan komt hij in huis, bibberend van angst. Niet kunnen lopen van angst. Niet durven eten van angst. Veiligheid bieden. Rust bieden. Geborgenheid bieden. Regelmaat bieden. En geduld hebben.
Dit laatste is het. Hier komt de aap uit de mouw. Niks zorgen voor een puppy. Nee, confrontatie met je eigen karakter. Je aard. Je gewoonte.
Gewend je situatie te beheersen zowel thuis als op het werk word je op de proef gesteld door een chaotische, onzindelijke, plukkende, bijtende pup die alles ziet wat jij niet ziet. Een losse draad wol die uitgetrokken kan worden. Je isolatie van onder je vloer. Je plinten. Het draad van de luxaflex.
Speelgoed heb je voor hem aangeschaft, maar waar hij mee speelt is de draad wol en hij kauwt op je pump.

impression image impression image

Franciscus van Assisi sprak met de wolf, die dood moest volgens het dorp, en ging in overleg met het dier. Er werd een deal gesloten: de wolf zou te eten krijgen van de mensen uit het dorp en liet in ruil voortaan de geiten en schapen en kinderen met rust. Het dier keek Franciscus diep in de ogen en gaf een poot. Samen liepen ze het bos uit naar het dorp. Voortaan beschermde de wolf het dorp en kreeg eten van de mensen.

En in ‘De kleine prins’: “Als je een vriend wilt, maak mij dan tam!”
“Wat moet ik doen?” zei het prinsje.
“Je moet véél geduld hebben”, antwoordde de vos.
En: “Als je me tam maakt, dan zullen we elkaar nodig hebben. Dan ben je voor mij de enige op de wereld en ben ik voor jou de enige op de wereld.”

Geduld leren. Heilige Franciscus, leer ons geduld en liefde en leer ons inzien dat we allen schepselen zijn onder de zon.

NB Het gaat goed! Pup loopt en eet en snuffelt, kent zijn naam en slaapt de hele nacht.