impression image impression image

Eenvoud

Het woord ‘eenvoud’ betekent letterlijk ‘de hoedanigheid van weinig samengesteld, niet ingewikkeld te zijn’. Van daaruit heeft het de betekenis gekregen van 1. natuurlijkheid, ongekunsteldheid 2. afwezigheid van praal of overdaad 3. afwezigheid van bijbedoelingen, oprechtheid. Eenvoud wordt ook wel eens omgeschreven als ‘uit een stuk’. Wanneer we onze omgeving in beeld willen vangen door te tekenen, schilderen, knutselen, fotograferen, schrijven etc. ligt gekunsteldheid en overdaad al snel op de loer. Probeer eens jouw omgeving, of het nu het gezicht van je geliefde of de slak in je tuin is, in eenvoud vast te leggen.

De bijbehorende werkvorm vind je hier

Hieronder lees je het verhaal over de wens van Franciscus dat geleerden en ongeletterden, priesters en
lekenbroeders in nederigheid niet voor elkaar onder zouden doen maar samen steeds één van
hart zouden zijn. Het verhaal is herverteld door Sjoerd Hertog en is hier te downloaden.

Samen één van hart

In de dagen dat Franciscus zich samen met zijn eerste twee broeders ophield in Rivo Torto, vroeg een bedelaar hun om een aalmoes. Toevallig hadden de broeders juist bezoek van iemand die zich bij hen aan wilde sluiten. Om de oprechte intenties van de nieuweling te testen, gebood Franciscus hem: ‘Geef je mantel aan die arme broeder.’ En dit deed de jongeman zo vol blijdschap, dat Franciscus ervan overtuigd was dat de Heer hem zojuist een ongekende genade verleend had. (Herinneringen 92) Zo oefende Franciscus zichzelf en zijn kompanen in het spel van spullen weggeven om iets veel groters – namelijk ‘ongekende schatten van genade’ – terug te ontvangen.

Jaren later verbleef Franciscus met een inmiddels grote groep broeders bij het Mariakerkje in Portiuncula. Daar vroeg een oude vrouw hem om een aalmoes. Franciscus had zeer met haar te doen. Temeer daar hij twee zoons van haar in de broederschap had opgenomen. Daarom noemde hij haar liefdevol ‘onze moeder’. Franciscus vroeg Petrus van Cathani, de toenmalige generale minister: 'Kunnen we iets waardevols aan onze moeder geven?' Maar die schudde zijn hoofd en zei: 'Nee. Ik zou niet weten wat… Tsja, in de kapel hebben we nog een Nieuw Testament, maar dat hebben we echt nodig tijdens onze gebedsdiensten.' Franciscus hoorde Petrus aan en antwoordde: 'Goed, geef dat Nieuwe Testament dan aan onze moeder. Ze kan het verkopen en daarmee in haar levensonderhoud voorzien. Onze Lieve Heer en zijn Moeder zien dat vast liever dan dat wij er lezingen uit doen.' En zo geschiedde het. (Herinneringen 93)

Dagelijks lazen Franciscus en zijn broeders in het Nieuwe Testament. Zij spitsten hun oren als eruit voorgelezen werd. Maar daar bleef het niet bij. Nee, bovenal probeerden zij wat ze hoorden om te zetten in daden. Ze probeerden het evangelie te leven, het te belichamen in het leven van alledag. Spontaan en direct – in alle eenvoud – lieten ze de woorden van het Nieuwe Testament ‘vlees en bloed’ worden in de praktijk van het leven. Zoals Maria, de Moeder van de Heer had gedaan: het Woord was in haar vlees geworden. Een mysterie van Eenvoud!

Lang na de dood van Franciscus was broeder Egidius, die ooit op diens gebiedende woorden zijn mantel had weggeschonken, aanwezig in het klooster van de Arme Vrouwen (clarissen). Daar, in San Damiano, preekte een geleerde medebroeder uit Engeland, een theologieprofessor van naam. Midden onder de preek riep Egidius: ‘Zwijg, professor; wees stil, want ik wil preken!’ En de professor zweeg gedwee. Egidius sprak enkele woorden, vol begeestering en bewogenheid. Daarna droeg hij de professor op om zijn preek verder af te maken. Zuster Clara was getuige van dit alles. Verrukt riep ze uit dat hier een grote wens van Franciscus in vervulling was gegaan. Namelijk, dat geleerden en ongeletterden, priesters en lekenbroeders in nederigheid niet voor elkaar onder zouden doen. Ja, samen steeds één van
hart zouden zijn.

Jongeren over eenvoud

youtube-play-buton