impression image impression image

Op Paaszondag heb ik samen met mijn vrouw verwachtingsvol een heleboel potjes met aarde gevuld. En in elk bakje een zaadje gestopt. Kruiden en velerlei soorten groenten mogen nu gaan ontkiemen, wortelen en groeien. En we kijken ernaar uit om de kleine frêle plantjes straks in de volle grond te kunnen zetten. De grond van onze moestuin; honderd vierkante meter groot.

In die moestuin ‘ontwaken’ inmiddels de rabarber- en aardbeienplanten uit hun winterslaap. Net als de vaste struiken die straks weer rode en zwarte bessen zullen geven. Ze staan alweer mooi in de knop te wachten op zon en regen. En ik heb er een rotsvast vertrouwen in dat broeder zon en broeder wind en wolken er alles aan zullen doen om de benodigde dekens van water en licht over de dorstige koude grond uit te komen spreiden. Het Paasfeest is een lentefeest! De lentetijd is de zaaitijd…

impression image impression image

Nog geen week geleden hebben we de laatste bewaarpompoen aangesneden, verwerkt tot een smaakvol gerecht en verorberd. Vandaag worden de laatste droogbonen gekookt. En over een week of twee zullen we het laatste potje bessensap van de oogst van vorig jaar aanbreken. Deze Paastijd, deze overgangstijd van winter naar lente, wordt gekleurd door het opraken van onze voorraden, maar ook door het hoopvol uitzien naar en werken aan de nieuwe oogst.

Sinds een jaar of vijf tuinier ik nu. En het maakt dat ik de seizoenen dieper en directer beleef. En door de seizoenen heen beleef ik ook het liturgische jaar weer intenser. De Paastijd, met de voorafgaande vastentijd (als de voorraden opraken), vertelt het verhaal van de zaadkorrel die in de aarde valt om te sterven, om daarna veelvoudig nieuw leven voort te brengen. Het is het verhaal van de moestuin, van de natuur, van onze zuster Moeder Aarde.

Ik geniet ervan, van de tuin en van alle eenvoudige werkzaamheden die een tuinier te doen heeft. Ik hou van het meer directe contact met Moeder Aarde en de andere broeders en zusters die Franciscus in het Loflied van de Schepselen bezingt.

Dit genieten is een erg ‘dichtbij’ genieten. Op je knieën met je blote handen in de aarde wroeten. Een genieten in het ‘hier en nu’. Je hoeft er niet erg ver voor weg.

"Tuinieren maakt dat ik de seizoenen dieper en directer beleef. En door de seizoenen heen beleef ik ook het liturgische jaar weer intenser."

impression image impression image

Mijn ideële beleving van het werk in de tuin past – dat besef ik – bij iemand die dat werk niet per se moet doen. Ik hoef niet heel hard te werken en buiten mijn grenzen te gaan, zoals dat in het verleden wel af en toe gebeurde.  En ik mag tevreden zijn met de oogst zoals ie uitvalt, overvloedig of karig.

Het belangrijkste en fijnste aan de tuin is dat ik er genieten mag van alles wat er groeit en bloeit. En dat zijn ook heel veel aangewaaide bloemen.

De tuin en alles wat zij voortbrengt, heeft me de echte waarde bijgebracht van de (h)eerlijke op duurzame wijze geteelde groenten, kruiden en andere gewassen. Ik ben daardoor nu ook in natuurwinkels bereid om van harte een eerlijke prijs te betalen voor heerlijke duurzame producten. En achteloos weggooien van voedsel, dat zul je mij echt niet makkelijk zien doen. Daar is het me te kostbaar en dierbaar voor geworden.