impression image impression image

In Nederland is er een zogenaamde ‘armoedegrens’, een inkomen waaronder je als inwoner van ons land eigenlijk niet terecht mag komen om nog menswaardig te kunnen leven. Als geëxclaustratreerde zuster krijg ik een toelage van mijn kloostergemeenschap. Deze toelage, waarmee ik heb ingestemd, ligt onder deze armoedegrens. Ik heb daarmee in het afgelopen jaar, en dat was eigenlijk voor het eerst in mijn leven, ervaren hoe het is om arm te zijn. In 2002 heb ik, bij mijn tijdelijke gelofte armoede beloofd en deze heb ik in 2005 voor het leven bevestigd. En toch: nu pas ervaar ik hoe het is om weinig te besteden te hebben, om er iedere week weer bedacht op te zijn dat er voor 7 dagen eten moet zijn en nog iets over blijft voor bijvoorbeeld het wasmiddel dat bijna op is of de schoenen die aan vervanging toe zijn. Ik vind het best vreemd dat ik nu pas echt ervaar hoe het is om arm te zijn. Het is een ervaring die mijn claris zijn verdiept. Arm zijn is niet leuk, je kunt niet alles kopen wat je wilt en je kunt ook niet veel kopen om weg te geven aan een ander. Dat laatste vind ik misschien nog wel vervelender! Ik voel mij nu echter wel van binnenuit meer verbonden met de armen in ons eigen land, omdat ik een beetje kan aanvoelen wat armoede met je doet.

Clara van Assisi spreekt in haar Geschriften over de rijkdom van de armoede. Heb ik daar nu ook een ander gevoel of andere gedachten bij? Ja. De rijkdom van de armoede is concreter geworden. Ik krijg met regelmaat door familieleden of vrienden iets toegestopt, wat geld of in concrete gaven. Met die gaven als aanvulling is het levensonderhoud voor mij goed te doen. Ik ervaar hoe diezelfde familie en vrienden mij ondersteunen door er als naaste te zijn, in hun aandacht en liefde voor mij. En dat is eigenlijk een enorme rijkdom! Een rijkdom waarvan ik natuurlijk wel weet had, maar nu hij zo concreet geworden is kleurt hij toch anders….