impression image impression image

Om deze blog te schrijven, moet ik me echt even los maken van het schouwspel dat sinds kort te zien is in mijn achtertuin. Een koppeltje pimpelmezen heeft daar domicilie gekozen in een hemelsblauw geschilderd nestkastje. De afgelopen twee weken zag ik ze er regelmatig in en uit vliegen; strak en snel als pijlen uit een boog.

Maar sinds vandaag is de intensiteit van de vliegbewegingen duidelijk toegenomen. En voor het eerst klinken ‘sjiep sjiep sjiep’ en andere geluidjes uit het kleine ronde gaatje in het nestkastje. Het is zover! Tijd voor beschuit met muisjes!

Op een paar meter afstand van het kastje leeg ik nu het bakje met dode Coloradokevers. De aardappelplanten in de moestuin waren er van vergeven. Om te voorkomen dat die voortijdig het loodje zouden leggen heb ik de kevers allemaal gevangen en laten verdrinken. Het was geen prettig werkje, maar ik kon er niet omheen. Ik deed het niet alleen voor mezelf, maar voor alle medetuiniers op het volkstuincomplex. We dienen er samen voor te zorgen dat het terrein goed onderhouden wordt. En daar hoort bij dat we plagen die de gewassen bedreigen ook gezamenlijk bestrijden. En dat laatste doen we zonder de inzet van insecticiden en industrieel chemische bestrijdingsmiddelen, op een duurzame wijze dus. Maar duurzaam betekent niet ‘laat maar waaien’ en ‘kijk de andere kant op als er iets gebeurt’. Nee, Coloradokevers mag je niet hun gang laten gaan. Bij gebrek aan voldoende natuurlijke vijanden, word ikzelf op dat moment hun vijand. De natuur is schitterend, maar ook hard! Survival of the fittest….

Ik hoop dat de dode kevertjes andere dieren in de natuur – zoals het jonge mezengezin –  nog tot bron van voedsel zullen dienen. De een zijn dood is de ander zijn brood….

“In de stad kun je uitgaan, in de natuur kom je thuis!” - Midas Dekkers

impression image impression image

De tuinvereniging waar ik lid van ben, heeft ook een sociale component. We staan elkaar bij als dat nodig is. Zo zal ik de komende dagen de aardappelplanten van een buurman controleren op de aanwezigheid van de genoemde vraatzuchtige kevertjes. Ik doe dat, omdat ik weet dat hij door zijn gevorderde leeftijd en zwaarlijvigheid nog maar moeilijk kan knielen.

Daarnaast kent de vereniging gezamenlijke onderhoudsochtenden. Ieder jaar is elk lid gehouden twee keer een corveetaak te verrichten. Toen het bestuur deze verplichting wilde afschaffen, werd het voorstel daartoe door de leden van de vereniging weggestemd. Want de leden stellen er prijs op elkaar (beter) te leren kennen tijdens deze gezellige gezamenlijke werkuren.

En natuurlijk worden er het hele jaar door gesprekken gevoerd tussen de tuiniers. In de loop der jaren leer je met name je directe buren steeds beter kennen. Je houdt praatjes over het weer en alle wederwaardigheden van het tuingebeuren. Maar gaandeweg wordt ook het meer persoonlijke wel en wee gedeeld met elkaar. Juist omdat het meestal stil en rustig is op ‘de tuin’, ontstaan daar mogelijkheden voor dieper gesprek.

Een gezegde van Midas Dekkers luidt: “In de stad kun je uitgaan, in de natuur kom je thuis!” Zo ervaar ik dat. Ik voel me echt thuis als ik op ‘de tuin’ ben.

impression image impression image

Van de week ontdekte ik per toeval – ik was de composthoop aan het afgraven – dat er een beest in huisde. Eerst schrok ik daarvan, want ik dacht dat het een woelmuis was. En die wil je niet als gast hebben in je tuin. Maar nee, het bleek een dikke vette pad te zijn. En dat dier eet graag slakken, de plaaggeesten van velerlei jonge tuinplantjes. De eerste schrik ging zo over in verwondering en verbaasde blijheid over zijn aanwezigheid in mijn tuin. Zachtjes mompelde ik in mezelf: Wees welkom, broeder of zuster pad! Voel je thuis in deze tuin. Hij is van ons….