impression image impression image

Afgelopen weekend was ik in het Franciscanessenklooster van Thuine (in Duitsland, het is het moederhuis van het klooster in Denekamp) om met een aantal diocesanen van het bisdom Groningen-Leeuwarden ons te verdiepen in het Bijbelboek Amos. De profeet die tekeer ging tegen het onrecht dat in zijn tijd werd bedreven. Onrecht dat we ook vandaag de dag nog tegenkomen.

Wanneer we naar de geschriften van Franciscus kijken zien we dat hij nooit Amos heeft geciteerd. Franciscus is geen mens die overal kritiek op heeft. Hij probeert eerder tegenover het kwade het goede te stellen, om zo de goedheid bij zijn medemens wakker te roepen. Dankzij de Franziskus-Quellen, de degelijke Duitse vertaling van de franciscaanse bronnen met achterin een register naar Bijbelse verwijsplaatsen, kwam ik er achter dat in de getuigenissen over Franciscus tot tweemaal toe verwezen wordt naar Amos. Eenmaal in de Fioretti, in het verhaal van de drie moordzuchtige rovers die zich bekeerd hebben (Fior 26) en eenmaal bij Thomas van Celano. In het verhaal van de rovers heeft een van de bekeerde rovers een angstaanjagende droom, waarin hij in de hel verkeert en daar een vroegere kameraad ontmoet. Zowel zijn oude makker als diens vrouw staan in brand, waarbij de vrouw ook nog opgesloten zit in een korenmaat waaruit aan alle kanten de vlammen slaan. Op de vraag naar het waarom van deze straf, krijgt de broeder van de vrouw als antwoord: ‘Mijn man en ik hebben tijdens de grote hongersnood, die de heilige Franciscus al voorspeld had (en plaats vond in 1227, een jaar na Franciscus’ dood), gesjoemeld met de korenmaat waarin we tarwe en haver verkochten, en daarom zit ik nu in deze brandende korenmaat gevangen.’ De verwijzing naar het gesjoemel is een toespeling op Amos 8,5 waarin de profeet tegen het volk van Israël zegt: ‘Hoor dit, u die strikken spant voor de armen, u die redeneert: ‘Wanneer is de nieuwe maan (een feestdag) voorbij? Dan kunnen wij ons koren verkopen! En de sabbat? Dan kunnen wij ons graan uitstallen! Dan verkleinen wij de efa en vergroten wij de sikkel (een inhouds- en een gewichtsmaat) en bedriegen wij met een vervalste weegschaal.’ Welnu, tegen dit soort mensen zal God zich keren, aldus de profeet.

Franciscus is geen mens die overal kritiek op heeft.

impression image impression image

In 2 Celano 162,5 komen we een andere verwijzing tegen naar Amos. Nu naar Amos 5,10. Thomas van Celano richt zich tot Franciscus met een klacht over luilakken en smulpapen. Al voor ze gaan werken, willen ze al rusten; ze werken niet met hun handen en haten hem die in de stadspoort vonnis wijst. Dat laatste verwijst naar de profeet die kritiek heeft op religieuze lieden die braaf hun offers brengen maar niets willen weten van waarheid en gerechtigheid, en die ondertussen de zwakken vertrappen. Echt vasten is volgens de profeet geen uiterlijk religieus vertoon, maar het doen van gerechtigheid. Het is hulp bieden aan de arme, de weduwe, de wees en de vreemdeling. In de vastentijd zijn het juist profeten die ook de hedendaagse mens kunnen inspireren, waar het in het leven op aankomt.

 

tussen het vuil

de poort dat was de mond van elke stad

het was er een komen en gaan van mensen

daar rook je in de oude tijd hoe schoon

of rot haar asem was, welk recht zij sprak

 

hij wandelde de stadspoort in en schrok

hij keek zijn ogen uit, wat daar gebeurde

steekpenningen bepaalden het gelijk

corrupte rechters, armen opgehokt

 

gejammer op de pleinen, maar gezang

en offers in het heiligdom, dus raasde

de profeet, spuwde zijn gal, vatte vlam

 

‘’t gekweel van godsdienst kan ik niet verdragen’

riep hij ‘god vind je tussen ’t vuil op straat

er zijn geen antwoorden alleen maar vragen’