impression image impression image

Een mooie zondagavond in juni. Zomer in Nederland. Mensen genieten van de dag, de vrijheid, het mooie weer. Veel activiteiten op zo’n dag net voordat de grote vakantieperiode aanbreekt. Vaak komt daarbij een terras in beeld, om even wat te kletsen, te drinken, te eten en te genieten. Mooi dat we die mogelijkheden hebben.

Het overkwam mij. Even een hapje eten met mijn vrouw, want er lag toch nog een cadeaubon. Een terrasje in de zon, maar wel met voldoende schaduw. Dat hadden meerderen in de gaten, want het was gezellig druk. Zo ook een groepje van een man of acht. Daar neergestreken om samen even wat te drinken. Het groepje valt op, want ze produceren nogal wat geluid. En op een gegeven moment kon ik constateren: volgens mij praten ze allemaal tegelijk! Een drukte van jewelste en een gekakel over en weer. Maar wie luistert er dan? Kun je praten en luisteren tegelijk? Men zegt dat het kan, maar ik kan het niet. Wonderlijk om dit zo mee te maken, want toch komen boodschappen blijkbaar over. Ieder van dit achttal is aan elkaar gewaagd en begeeft zich vol verve in dit strijdveld van woorden, van geluid, van aandacht.

Kun je praten en luisteren tegelijk?

impression image impression image

Het doet mij denken aan mensen die niet of nooit gehoord worden. Die in zo’n waterval van woorden hun mond niet kunnen of durven te openen. Mensen die op zoveel manieren op afstand staan of gezet worden en waar dus letterlijk niemand naar luistert. Je kunt daar vast wel een persoon, een gezicht bij bedenken. Iemand die je wel ziet, waarvan je het vermoeden hebt dat hij of zij het niet direct gemakkelijk heeft, maar er verder geen details bij kunt bedenken.

Het bracht mij bij een gedicht dat ik aantrof in het blad van de ATD Vierde Wereld, een beweging die zich inzet voor de waardigheid van iedere mens. Dit blad biedt een podium voor geluiden van de basis, juist van mensen die niet of nooit gehoord worden. Jozé Kersten is zo’n persoon, woonachtig in Limburg. En zij schreef het volgende gedicht met de titel ‘Luisteren’.

impression image impression image

Als je niet naar me luistert,
weet je dan wel wie ik ben?
Wat ik nodig heb, wat mijn vraag is?
Als je niet naar me luistert,
hoe wil je er dan voor mij zijn?
Waarom ben je dan hier?

Als je niet naar mij of een ander luistert,
hoe wil je dan helpen, echt helpen?
Er zijn voor mij, voor elkaar, 
voor de ander, zonder commentaar?
Als je niet naar me luisteren kunt
hoe wil je er dan kunnen zijn voor elkaar?

Als je niet naar me luistert,
weet je niet wat ik nodig heb.
Jij wilt dan jouw wil doordrijven,
jouw ding, jouw ideeën.
Dit is niet oké,
luister eens goed!

Als we naar elkaar luisteren,
hoe zou dat dan zijn?
Dan was er vast minder pijn en verdriet,
omdat we elkaar zien, echt zien.
We kunnen goed zijn voor elkaar,
er zijn voor elkaar,
alleen al door te luisteren naar elkaar.