impression image impression image

Ik ben een minderbroeder en een doener. En tot mijn verrukking lees ik dat Franciscus dat ook was: een doener. Volgens Richard Rohr, een Amerikaanse medebroeder, heeft Franciscus ooit gezegd: ‘je leert iets pas kennen door het te doen.’ Dat zie ik ook bij Franciscus. Hij ontdekte zijn weg door te proberen, al of niet daartoe aangespoord door het woord van de Heer.

Ik kom erop doordat ik in mijn leven allerlei duurzame stappen heb kunnen zetten door er een experiment van te maken. Van een experiment word je wijzer. Je probeert iets uit en het levert je het gewenste effect, of niet. In beide gevallen heb je iets geleerd. Wat dat betreft kan een experiment eigenlijk nooit mislukken. Maar dat terzijde.

Toen we in 1991 in Stoutenburg begonnen met het Franciscaans Milieuproject moesten we ook allerlei dingen uitvinden. Hoe leef je eigenlijk zo consequent mogelijk in verbondenheid met de natuur? Ieder van ons had daar zo zijn eigen ideeën over. De ene (ik bijvoorbeeld) had niet zo de neiging de kwesties op de spits te drijven. Een ander was veel radicaler in zijn keuzes. Hoe vinden we dan een goede gemeenschappelijke weg die gedragen wordt door de gemeenschap?

impression image impression image

Het antwoord hierop was: het experiment. We gaan gewoon ervaring opdoen en na een tijdje kijken we wat we ervan geleerd hebben en nemen dan een besluit. Twee voorbeelden. Voor onze inkomsten waren we mede afhankelijk van het gastenwerk. Een aantal  gasten kwam ook al toen de broeders nog in Stoutenburg woonden. En daar werden ze door kok broeder Joop heerlijk verwend met onder meer een mooi stukje vlees. Maar ja, wij kozen zelf voor een vegetarische keuken. Hoe ga je dan om met de gasten? Dwing je die om dan ook vegetarisch te eten? We bleven hangen in het compromis. Ik haalde paardengehakt bij de paardenslager in Amersfoort en draaide gehaktballen van paardenvlees. Dat was nog het minst milieubelastende vleesgerecht. De gasten waren tevreden, maar wij niet. Het bleef schuren. Toen hebben we op een gegeven moment de knoop doorgehakt en zijn we als experiment ook voor de gasten vegetarisch gaan koken. En wat bleek? Ze vonden het prima. We kregen wel de opmerking in het gastenboek: ‘De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.’ Een grapje dat ik eigenlijk niet zo kon waarderen. Enfin.

Het aardige van dit experiment was, dat we gewoon vergeten zijn om er na drie maanden op terug te komen.

impression image impression image

Een tweede voorbeeld was het autogebruik. We maakten met zeven volwassenen en een stel kinderen de start en hadden besloten dat het toch wel erg handig was om één auto te hebben. Voor boodschappen, gasten, ziekenhuisbezoek enz. Stoutenburg ligt immers nou bepaald niet in de stad. Drie leden konden hun auto wegdoen en we hielde er één over. Een stationcar, diesel. (Het was dertig jaar geleden, hè.) Toen die auto total loss raakte (de chauffeur bleef ongedeerd) besloten we na veel vijven en zessen om het eens een tijd zonder auto te proberen. Drie maanden, spraken we af,  en dan zouden we gaan evalueren.

Het aardige van dit experiment was, dat we gewoon vergeten zijn om er na drie maanden op terug te komen. We hadden onze manier van leven in die drie maanden al zo goed aangepast aan de nieuwe autoloze situatie dat we het voertuig helemaal niet meer misten.

Dat is de kracht van het experiment. Je kunt er geweldig tegen opzien om een belangrijke duurzame stap te zetten: o jee, nou mag ik nooit meer roken/vliegen/vlees eten/autorijden/enz. Dan maak je er een berg van waar je niet overheen kunt komen. Maar als je het een tijdje als experiment probeert en op grond van je nieuwe ervaringen een besluit neemt, nou, dan ben je wijs geworden door te doen.

En daar ging het in dit stukje om.