impression image impression image

Shoppen bij de Vliko

Ik zag ze op het Journaal, de mensen die niet konden wachten tot ze weer lekker konden gaan winkelen, ‘shoppen’ zogezegd. Ik heb dat zelf niet zo, dacht ik. Als ik wat nodig heb, ga ik de eerste de beste winkel binnen en koop het eerste en beste wat voor de hand ligt. Als het maar een beetje duurzaam is. Dat dan weer wel.

Alhoewel…

Ik kan niet langs een Vlikobak lopen zonder te kijken of er iets bruikbaars in ligt. Vaak kom ik thuis met spul waarvan ik denk ‘dat komt nog wel eens van pas’. En dat is ook zo. Ik verbaas me er over hoeveel gejut materiaal in en rond het huis weer een nieuwe bestemming krijgt. Ah, hergebruik! Goed bezig!

Onlangs gingen Cocky en ik een stapje verder. We wilden schappen maken voor de schuur van de kerktuin achter de Xaveriuskerk in Amersfoort[1]. Dan kun je natuurlijk een afspraak maken bij de Gamma, de Praxis of de Karwei, maar wij mikten er op dat we voldoende materiaal konden shoppen bij de Vliko. En dat was ook zo. Binnen een kwartier hadden we een keukenkastje en voldoende sloophout ‘gescoord’ om de klus te kunnen klaren.

impression image impression image

Daad van liefde

En wat is het dan toch leuk om van het sloophout stevige plankendragers te maken en de wanden van het keukenkastje op maat te zagen voor de schappen in de schuur. ‘Afval is grondstof’. Dat is de slogan van de milieubedrijven. En gelijk hebben ze. Het is ook een voor de hand liggende én noodzakelijk stap naar een minder verspillende en meer circulaire economie. Het is zo bevredigend! En we krijgen de zegen van paus Franciscus in Laudato si’: ‘Iets hergebruiken (…) kan een daad van liefde zijn die onze waardigheid tot uitdrukking brengt.’[2] Hergebruik als daad van liefde. Mooi.

Maar ja, het systeem dat we hebben opgetuigd om afval te hergebruiken heeft ook weer zo zijn eigen dynamiek. We waren op bezoek bij een afvalverbrander onder Nijmegen. Dat is één van de bedrijven waar restafval dat niet hergebruikt kan worden in de oven gaat om energie op te wekken. En wat bleek? De lokale aanvoer van restafval was te klein om de ovens brandend en rendabel te houden. Goed teken, zou je zeggen. Prima dat we samen minder afval zijn gaan produceren. Maar zo werkt het niet. Er werd afval aangevoerd per schip en binnenvaartuig vanuit Engeland (ja, Engeland!). Want de kachel moet branden, anders krijgen we de kosten er niet uit… Dat maakt me ook huiverig voor al die installaties die onze huizen moeten gaan verwarmen met ‘restwarmte’. Want dan moet je er wel voor zorgen dat er voldoende bedrijven blijven die die restwarmte produceren. Rare wereld.

impression image impression image

Dan maar weer terug naar onze eigen huishoudens. Naar wat we (niet) kopen en (niet) weggooien. Reduce, reuse, recycle. Shoppen bij de Vliko is lang zo gek nog niet én… misschien wel even opwindend als het hoppen door de Winkelstraat.

Ons franciscaanse hart kan zich ophalen aan het volgende boeddhistische verhaaltje.

Rommel bestaat niet

De eerste taak die ik moest verrichten was de tuin aanvegen met een bamboebezem.

Dus pakte ik mijn bezem en veegde dat het een aard had, en weldra had ik een hele berg bladeren. Ik vroeg: “Roshi, waar moet ik al die rommel laten?” in de hoop dat hij zou zien hoe goed ik mijn best had gedaan.

Hij bulderde onmiddellijk: “Bladeren zijn geen rommel!... Ga naar de schuur en haal alle houtskoolzakken die je er kunt vinden.”

Toen ik terugkwam, zag ik dat de roshi krachtig door de berg bladeren harkte zodat grind en steentjes die er nog tussen zaten op de grond vielen. Daarna pakte hij de zakken en vulde ze tot het laatste blad, waarbij hij de bladeren met zijn voeten aanstampte.

“Breng die zakken nu terug naar de schuur, daar kunnen we het vuur voor het bad mee aanmaken.”

Toen ik terugkwam, zag ik de roshi over de grond kruipen en de kleine steentjes opzoeken tussen de overgebleven resten. Toen hij ze zorgvuldig tot en met het kleinste kiezelsteentje had verzameld, zei hij: “Stop deze nu onder de rand van het dak.”

Ik was er nog steeds van overtuigd dat de resterende brokjes aarde en flintertjes mos nergens meer toe konden dienen. Maar de roshi verzamelde ze zonder omhaal

en legde ze op de palm van zijn hand. Geduldig zoekend stopte hij de stukjes aarde in putjes in de grond en stampte ze stevig aan tot er niets meer over was.

Hij zei: “Begrijp je het nu een beetje? Van oorsprong bestaat er geen rommel in mensen noch in dingen.”

Dit was de eerste les die ik kreeg van Zuigan joshi, meester van de Daishuntempel in Kyoto, Japan.[3]

Guy Dilweg ofm


[1]  https://www.fransenhilde.nl/
[2] Laudato si‘, De zorg voor ons gemeenschappelijk huis, paragraaf 211.
[3] Morinaga Soko, in Zen: Tradition & Transition