impression image impression image

In mijn jeugd werd mij wel eens verteld dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn. Welnu, in deze tijd geldt dat volgens mij ook voor de coronarichtlijnen van de overheid. Ik bedoel dit: zolang ik niet nadenk over de coronamaatregelen van het kabinet begrijp ik ze uitstekend, maar als ik alles logisch op een rijtje wil krijgen, kan ik het niet meer volgen. 

Mijn vrouw wordt zeventig en we zouden dit vieren met een groot feest. Dat gaat natuurlijk niet door, omdat je door de nieuwe maatregelen maar vier gasten op een dag mag ontvangen. Even dacht ik nog, er wordt drank geschonken; als ik er nu een café van maak, mag ik meer dan vier mensen toelaten. De meesten zijn toch al op leeftijd en willen graag voor het donker thuis zijn. Dus een sluitingstijd om 20.00 uur is niet het grootste probleem. Daarna kwam het bij me op om een bandje uit te nodigen. Dan is het toegestaan om met 1250 man tot 18.00 uur uit ons dak te gaan. En als ik er een paar verhalen bij vertel, heet het geen evenement meer maar totaaltheater en kan ik met maximaal 1250 mensen tot diep in de nacht mijn feestje houden, want voor het theater geldt geen sluitingstijd. U begrijpt het al, het feestje gaat gewoon niet door en over de ondoorgrondelijkheid van de besluiten wil ik verder maar zwijgen.

impression image impression image

Belangrijk zijn natuurlijk de basisregels. Ik heb daarom nooit begrepen, waarom op 25 september jongstleden de anderhalve meter afstand werd afgeschaft. Een QR-code zou voldoende zijn. Maar wat blijkt: ook met zo’n code kun je nog besmet raken of zelf een bron van besmetting zijn. Eigenlijk is alleen permanent testen de oplossing, maar de vraag is, of dit in de huidige situatie haalbaar is. Toen kwam bij mij de vraag op: hoe zou Franciscus in ons geval gehandeld hebben? Zou hij een coronawappie zijn geweest of zou hij afstand hebben bewaard? Van Franciscus weten we, dat hij heel de schepping omarmde en zelfs een melaatse kuste. Kortom, van afstand lijkt bij hem geen sprake. Maar ik denk, dat de schijn hier bedriegt. Naast zijn nabij-zijn, nam hij ook afstand.

impression image impression image

In een voetnoot bij het verhaal over de ware vreugde (Fioretti VIII) vermeldt Gerard Pieter Freeman, dat volgens Dante de minderbroeders niet naast, maar achter elkaar liepen. Als dit inderdaad het geval was, dan zullen ze, als ze niet op elkaars hielen willen trappen, al snel anderhalve meter van elkaar vandaan hebben gelopen. Daarbij is van Franciscus bekend, dat hij onderweg graag een afgelegen plekje zocht en zich altijd van omstanders afschermde om zo van zijn hart een tempel te maken en te kunnen bidden (2 Cel 94). Hij had een hekel aan ‘gedachteloos uitgesproken overtollige woorden’ (2 Cel 160) en vond dat de broeders dan beter een Onze Vader konden bidden. Ik zie het al voor me: ze lopen door het veld, prevelen onderweg wat Onze Vaders, zoeken niet het zinloze geklets op, bewaren zo de afstand en voelen zich tegelijkertijd zeer met elkaar verbonden. Het klinkt paradoxaal, maar Franciscus laat ons zien, dat je, juist door afstand te houden, elkaar zeer nabij kunt zijn.

de roep

de roep wordt luider om meer te riskeren

want de slepende voet heeft genoeg gleuven

gesleten in de tegels rond het huis

de gevels kun je spellen en fileren

 

de anderhalve meter raakt vergeten

zodra je een bekende ziet, zij heeft

geen lepra noch symptomen van wat ook

maar ’t gemis wordt door schimmel aangevreten

 

misschien zal ’t virus ons niet meer verlaten

moeten we dealen met erger dan griep

in huid en muren vallen steeds meer gaten

 

de oudheid kende cholera en lammen

de pest en tbc, maar hoest een ander

dan ben je nu twee weken lang gespannen

 

uit: Peter Vermaat, Onderbreking. Poëzie als barometer van twee maanden coronacrisis, Leeuwarden 2020