Een dezer dagen kwam ik een prachtig gedicht tegen van Guillaume Apollinaire (1880-1918) in de vertaling van Kiki Coumans. Het is getiteld Overpeinzing.

Deze nacht is zo mooi met zijn koerende kogels
Een rivier van granaten stroomt boven ons hoofd
Soms licht de nacht even op door een flits
Als een bloem die zich opent en dan weer verdwijnt
De aarde weeklaagt en als een getijde
Stijgt de zingende zee in mijn schuilplaats van krijt

In het Frans heet het gedicht Méditation. Het is het laatste gedicht in de net verschenen bundel De nacht is zo mooi met zijn koerende vleugels. In deze bundel staan gedichten uit de Grote Oorlog, zoals de Eerste Wereldoorlog ook wel wordt genoemd. Overpeinzing is ontstaan eind 1915, begin 1916 toen Apollinaire vocht in de loopgraven aan het front in de Champagne, een van de zwaarst getroffen streken tijdens deze oorlog. Vanuit de loopgraven kon hij nog schoonheid, ‘koerende kogels’ zien. Nu de oorlog in de Oekraïne zo dichtbij komt en wij de verschrikkelijke beelden vrijwel dagelijks zien, realiseren we ons, hoe wreed deze vorm van geweld is. Het is daarom haast onbegrijpelijk dat Apollinaire er zo over kon schrijven.

Tegelijk doet het mij denken aan de verhalen die in deze tijd van het jaar over Pasen worden verteld. Ook daarin worden lijden en verrijzen met elkaar verbonden. Het is de gekruisigde die verrijst en de verrezene blijft getekend met de wonden van de kruisiging. Degene die de geest gaf op het kruis, zegt op de avond van de eerste paasdag: ‘Ontvang de Heilige Geest’ (Joh. 19,30 en 20,20-22), waarbij hij tevens zijn wonden laat zien. Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren zijn als het ware aspecten van eenzelfde gebeuren: hoe je door het lijden toch tot leven komt. Het is de liefde die daartoe in staat is, waarover Ida Gerhardt zo mooi heeft geschreven:

Licht uit Licht

De liefde bidt voor wie
niet weten wat zij doen;
gekruisigd blijft zij stil
voor wie de hamer heft.

En na de sabbath keert
zij tot de treurenden,
verrezen uit het graf
wandelt zij in de hof.

Onherkend zit zij aan,
met hen, met u, met mij
te Emmaüs, tot het brood
door Hem gebroken wordt.

De evangelist Johannes vertelt zijn paasverhaal in een tuin, een nieuwe hof van Eden. Daarin gaat Maria van Magdala naar het graf. Als zij vermoedt dat het lichaam van Jezus is weggehaald, vertelt zij dit aan twee leerlingen. Als dezen bij het graf komen, zien ze niet wat Maria even later zal zien: twee boodschappers, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde. Aan hen geeft Maria te kennen dat zij het lichaam van de gekruisigde zoekt. Als zij zich omdraait en de tuinman vraagt waar de gestorvene ligt, antwoordt deze met het noemen van haar naam: ‘Maria’. Op dat moment herkent zij hem. Het is blijkbaar de liefde die ziet, maar tegelijkertijd krijgt diezelfde liefde de opdracht: ‘Houd mij niet vast’ (Joh. 20,17). Echte liefde durft iemand los te laten.

Pasen is het feest van de doortocht. Lijden, dood, verdriet en ellende worden niet ontkend, maar opgenomen in een nieuw perspectief: het koeren van de duiven kunnen horen in de kogels. Als de evangelist schrijft: ‘Hij gaf de geest,’ verwijst hij daarmee niet alleen naar het sterven van Jezus, maar ook naar zijn opgang naar de Vader en zijn zending van de Geest aan zijn volgelingen. Dat ontdekte Maria van Magdala op die  eerste paasdag en heeft zij als apostel der apostelen doorgegeven.

maria van magdala

heel vroeg, het was nog nacht is zij naar ’t graf
gegaan om weer bij hem te zijn haar lief
zij zag de zware steen, doch weggehaald
en schrok ‘waar heeft men hem naar toegebracht?’

betraand trof zij in ’t donker iemand aan
een hovenier dacht zij, ‘wie zoek je hier?’
‘mijn hart en lief, van wie ik zielsveel hou’
toen noemde hij heel zacht die nacht haar naam

en zij herkende hem, de zon kwam op
en in het nieuwe licht liet zij hem los
haar liefde schonk hem ruimte hemelwijd
geen graf waar ’t leven in wordt weggestopt

ook zij dreef weg op vleugels van de wind
het water over dat van vuur nog zingt

– Guillaume Apollinaire, De nacht is zo mooi met zijn koerende kogels. Vleugels-Bleiswijk 2022.
– Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten. Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 1999.
– Peter Vermaat, Op vleugels van de wind. Discovery books, Leeuwarden 2015.

content-image content-image content-image content-image